Gisteren berichtte ik er al kort over: de eerste helft van de zomer kenmerkte zich door twee verschillende gezichten. Eigenlijk ben ik een dagje te vroeg, maar omdat ik vandaag wat tijd over had ben ik iets dieper in de cijfers gedoken en heb ik e.e.a. gevisualiseerd. Ik heb de cijfers afgezet tegen het ter plaatse geldende langjarig gemiddelde.
Het eerst gezicht. Dit betreft de eerste fase van de zomer, zo ongeveer het eerste kwart. Omdat het in het zuiden van het land op verschillende plaatsen op de 20ste nog boven de 25 graden werd en de 20ste mooi samenvalt met het einde van de tweede decade van juni, heb ik de 20ste als einddatum gebruikt. Wat opvalt is de vrij gelijke verdeling over het land. Het algemene weerbeeld was zonnig, verspreid over het land scheen de zon 60-65% van de maximale duur. Hiermee scheen de zon veel meer dan het langjarig gemiddelde. Daarbij lag de gemiddelde maximale temperatuur ver boven normaal, in de kustgebieden iets getemperd. Ook de minima waren gemiddeld boven normaal, maar minder extreem dan de gemiddelde maxima. Qua neerslag (NS) is het ongelijk verdeeld: door het buiige karakter heeft het op sommige plaatsen veel meer geregend dan elders. Tegelijkertijd zie je wel dat de totale neerslagduur (NSD) over het gehele land ver onder normaal ligt.
Dan het tweede gezicht. Dit gezicht zagen we het afgelopen kwart. Deze fase kenmerkt zich door een veel minder gelijke verdeling over het land. Vooral qua hoeveelheid zon zien we grote verschillen. Allereerst valt op dat het algemene weerbeeld aan de sombere kant was. In het noorden van het land lag de hoeveelheid zon 20-30% onder het langjarig gemiddelde, met in het uiterste noorden en de waddeneilanden tussen de 15-20% onder het langjarig gemiddelde. Daarmee scheen de zon in het noorden zo'n 1/3 van de maximale duur. Elders in het land was het een stuk somberder. In het midden, westen, zuiden en zuidwesten lag de hoeveelheid zon zo'n 45-55% onder het langjarig gemiddelde. Westdorpe spant de kroon: 62% minder zon dan het langjarig gemiddelde. Daarmee scheen de zon hier zo'n 1/6 van de maximale duur, circa de helft van de hoeveelheid zon in het noorden van het land. Ook qua maximale temperatuur zien we behoorlijke verschillen. Waar in het noorden van het land de maxima rond de normaal of zelfs erboven lagen (Leeuwarden bijna een graad boven de normaal), lagen die elders in het land juist onder het langjarig gemiddelde. In Westdorpe zelfs bijna 2 graden onder normaal. Daarbij lag de neerslagduur in het noorden van het land rond normaal, terwijl deze elders in het land (ver) boven de normaal uitkomt.
En dan het plaatje van de eerste helft van de zomer. De ongelijke verdeling van de tweede fase van de zomer heeft ook zijn weerslag op dit beeld. In het noord(oosten) van het land presteert de zomer voorlopig duidelijk boven normaal: relatief veel zon en weinig neerslagduur ten opzicht van het langjarige gemiddelde, met qua temperatuur de grootste positieve afwijkingen in de maxima. Hoe verder je richting het zuid(west)en gaat, hoe meer dit beeld veranderd. In het zuidwesten presteert de zomer in totaliteit inmiddels iets onder normaal, geredeneerd vanuit het weerbeeld. Ook al ligt de gemiddelde temperatuur ook hier boven normaal.