Allereerst complimenten voor de prachtige foto's die er vanochtend alweer gepost zijn, de buien stelden duidelijk niet niks voor

.

De buien zijn volgens mij ontstaan bij het warmtefront door opglijding. Dit wil zeggen dat de relatief zeer warme en vochtige lucht die achter het front zit, tegen de relatief koudere en drogere lucht opglijdt (immers warme lucht is ijler en kan daardoor over de koudere, zwaardere lucht 'glijden').
De hoek die het frontvlak maakt met het aardoppervlak bepaalt grotendeels de verticale ontwikkeling van de bewolking bij het front. Per definitie 'hangen' warmtefronten voorover in de stroming, vanwege het feit dat de warme lucht dus opglijdt over de koude, maar de hoek die er gemaakt wordt is vaak zodanig dat een front zich op hoogte soms al 200-300 kilometer voor het grondfront uitbevindt. Het gevolg hiervan is dat er al ruim voor passage van het warmtefront een toename te zien is van hoge sluierbewolking en naar mate het grondfront dichterbij komt, ook middelbare en lage bewolking.
Is het frontvlak echter steiler (het front bevindt zich op hoogte vrij dicht bij het grondfront), zoals soms voorkomt vooral als de koude lucht voor het front uit sterk verticaal vertegenwoordigd is en relatief erg koud is, dan heb je geen groot 'warmtefrontschild' vooruit zitten maar zie je pas 50-100 km van te voren de bewolking toenemen en is de bewolking vlak bij het feitelijke front sterk verticaal ontwikkeld. Hier kunnen dan echt buien voorkomen met ook onweer. Meestal zijn de buien wel enigszins verscholen, omdat onvermijdelijk ook gelaagde bewolking zal voorkomen nabij het front (de lucht stabiliseert eerst door warmteadvectie, waardoor gedeeltelijk de opglijdende lucht resulteert in stratus en altostratus).
Het opglijden van warme lucht over relatief koudere lucht langs een betrekkelijk steil frontvlak is volgens mij wat voor de buien in het zuidwesten zorgt momenteel. Dat is mooi te zien in een verticale dwarsdoorsnede langs 5 graden oosterlengte (de dwarsdoorsnede loopt dus van noord naar zuid en aangezien het front vrijwel west-oost georiënteerd is, snijdt dit dus mooi het frontvlak).
Op dit plaatje heb ik de fronten aangegeven en de belangrijkste gebieden met stijgende en dalende luchtbewegingen. Allereerst zien we helemaal in het noorden, tussen 60 en 65 graden noorderbreedte, een occlusie zitten (zie ook UKMO analyse bovenaan). Dit front gaat gepaard met vrij zwakke maar sterk verticaal ontwikkelde stijgbewegingen. Feitelijk is dit een retrograads front, het beweegt zich naar links op het plaatje zodat de breedte van de koelere zone kleiner wordt. Links op het plaatje zien we het warmtefront waar de buien op ontstaan. Op hoogte zit het front ongeveer 5-10 graden vóór het grondfront uit en hier treden ook de sterkste daalbewegingen op. Deze daalbewegingen zorgen ervoor dat de lucht adiabatisch opwarmt en zodoende de lucht voor het front uit stabiliseert. In deze stabielere lucht zal de bewolking, die langs het frontvlak opglijdt, doorgaans weinig convectief van aard zijn. Je ziet echter dat het frontvlak behoorlijk steil is, het omspant niet meer dan zo'n 7-8 breedtegraden (300-400 km) waarvan de onderste helft zelfs maar de helft van die afstand. Gelijk achter het grondfront zien we stijgende luchtbewegingen die parallel aan het frontvlak lopen: dit is de opglijdende beweging die de warmere lucht maakt tegen de koudere lucht op. Ten slotte zien we achter deze stijgende bewegingen nog de compenserende daalbewegingen.
Hopelijk is het verhaal een beetje duidelijk (en juist

).
Gr. Ben
Quote selectie