André uit Vianen meldt de eerste dakvorst. Voor de nieuwe leden en meelezers van dit forum is het misschien niet slecht om een aantal begrippen eens te verduidelijken:
Dakvorst: bevriezingsverschijnselen op een (plat) dak. De uitstraling van zo'n dak is groot, waardoor het er eerder vriest dan aan de grond. Dakvorst kan al voorkomen bij luchttemperaturen op waarnemingshoogte van +5°.
Autodakvorst: specifieke vorm van dakvorst.
Grondvorst: vorst aan de grond. Bij perfecte uitstralingsnachten kan grondvorst voorkomen terwijl de temperatuur in thermometerhut nog +4° is.
Nachtvorst: in Vlaanderen (heel logisch) vorst op waarnemingshoogte tijdens de nacht, in Nederland (heel onlogisch, maar dat beseffen ze daar zelf niet) synoniem voor grondvorst.
Natte sneeuw: sneeuwvlokken die tijdens het vallen al smelten, maar wel nog duidelijk herkenbaar zijn als sneeuw. In Vlaanderen ook (heel logisch) "smeltende sneeuw" genoemd.
Natte flatsen: sneeuwvlokken die grotendeels gesmolten zijn als ze de grond bereiken en nog amper herkenbaar zijn als sneeuw.
Dakraamsneeuw: neerslag waarvan alleen bij grondige studie te zien is dat er ook nog enkele ijskernen van gesmolten sneeuw tussen zitten. Het dakraam leent zich uitstekend voor dergelijke studie. De weerleek ziet alleen maar regen.
Voorruitsneeuw: zie dakraamsneeuw.
Drab: tussenvorm tussen natte flatsen en natte sneeuw.
Drabdek: vrijwel gesloten dek van natte (smeltende) sneeuw.
Papsneeuw: Vlaams voor drabdek.
Droge sneeuw: sneeuw die valt bij een natteboltemperatuur <0°C.
Witte goud: zie droge sneeuw.
Lantaarnpaalstaren: intensief turen om de eerste sneeuwvlokken in het licht van een lantaarnpaal te zien dwarrelen.
Oranje terreur: de inzet van strooiwagens bij een sneeuwdek of bij een nog te vormen sneeuwdek.
Elders:plaats waar er bijna altijd veel sneeuw valt.
Hier:plaats waar er bijna nooit veel sneeuw valt.
Quote selectie