Ik ben niet erg gecharmeerd van ontijdige volwassen winterkou in november, maar juist wel weer van winterse speldeprikjes.
Tot ontijdige volwassen winterkou in november reken ik de ontwikkelingen in november 1956, november 1965, november 1980 en november 1993.
Van Alwin mag ik geloof ik 1985 niet buiten dit rijtje houden, maar dat doe ik toch. Want zo is wel mijn beleving geweest. Het interesseert mij daarbij minder hoeveel Hellmannpunten zo'n 'vorstperiode' heeft opgeleverd; voor mij speelt meer de beleving en de achterliggende ontwikkelingen in de luchtdrukverdeling. November 1985 bracht bij mij in oostelijk Friesland medio november 3 ijsdagen bij oostenwind en aansluitend onstabiel koud weer vanaf zee, met meer noord-noordwesten winden. Niet onbelangrijk is destijds in mijn ogen ook geweest de reactie in de navolgende decembermaand 1985. Er volgde namelijk een wekenlange zachte periode met zuidwestenwinden. En zo'n combinatie kwam in het verleden ook vaak voor voorafgaande aan koude/strenge winters.
Het ligt allemaal erg subtiel. Laten we daarom ook de novembermaanden nemen met 'speldeprikjes'. Dat waren november 1962, november 1968, november 1978 (na de 25e), november 1984, november 1995 (-9 in de 1e decade op Twenthe en sneeuwbuien met sneeuwdek Noord-Nederland rond 17 nov. als uitloper van sneeuwstorm Zuid-Scandinavië).
In het algemeen evenwel geldt dat onstabiele koude in november helemaal niet gunstig is. Feitelijk is het in de meeste gevallen niets anders dan het voorteken van een aanstaande slappe winter.
Onstabiele toestanden met koude-inslag vormden het prototype van het weersverloop van de novembermaanden in de jaren '70, telkens gevolgd door ijsvrije zachte winters!
Afgelopen week met die dijkbewaking moest ik onwillekeurig terugdenken aan de stormperiode van november 1973. De Bilt registreerde toen een record aantal van 10 stormdagen. Op verscheidene dagen maakte de radionieuwsdienst gewag van ingestelde dijkbewaking in diverse districten. Nog in de nacht van 13 op 14 december sloeg het water bij Wierum over de dijk. Eind november pittige Groenlandse kou-inval met strenge stralingsvorst boven dikke laag sneeuw. In december 17 vorstdagen. In oktober was er al de primeur geweest van zeer vroege sneeuwval in Nederland (Limburg op 18 oktober 1973). Maar de winter van 1974 was zeer slap! Vergelijk ook de ontwikkelingen in 1998-1999.
Een interessant geval is 1965-1966. Centraal in dat winterhalfjaar was de dominantie van een Arctisch hogedrukgebied en het erbij behorende winterse patroon trad het eerst op in november en vervolgens herhaaldelijk ook in de navolgende winter, zelfs tot in april 1966! December 1965 zeer nat met 'ouderwetse' wateroverlast op uitgebreide schaal in Friesland. Januari een vorstperiode en '1979-achtige' situaties in februari 1966. Maar de pendant van het Arctische hogedrukgebied, een semi-permanente depressie ten westen van Ierland, verijdelde dat Nederland een reprise van de winter van 1963 ging meemaken. Dat was wél het geval noordelijker in Europa. Afwijking van de wintertemperatuur in Noord-Zweden van min 9 graden. Haparanda in Noord-Zweden had sedert 1850 nooit eerder zo'n koude winter gehad. De gemiddelde temperatuur van de 3 wintermaanden was er minus 12.8, minus 19 en minus 20.9 graden Celsius. De ijsgrens reikte in de Oostzee nog aanzienlijk zuidelijker dan in de strenge winter van 1962- 1963!
Waar het in dit seizoen 2007-2008 op uit gaat lopen, is nu nog niets van te zeggen. Bij mij wekt de neiging tot vroege afvloeiing van Poolkou op het eerste oog argwaan, maar voor een juiste taxatie is beschouwing ervan in breder perspectief met kennis van de afloop in november zelf en in december van belang. Dus dat moet worden afgewacht.
Quote selectie