Winter 1890-1891

Bericht van: Ben (Lelystad) , 09-12-2007 16:30 

In 1990 verscheen er van Hans de Jong een fascinerend boekje over de barre winter van 1890-1891. Deze winter werd vooral gekarakteriseerd door langdurige koude, vanaf de inval van de winter rond 24 november tot 20 januari bleef de temperatuur op een spaarzaam aantal dagen na voortdurend onder nul. De temperaturen kwamen soms dagen achtereen 's nachts tot ver onder de -10°C.

Wat vooral ook bijzonder was in deze winter was de ijsgroei: te IJmuiden groeide het ijs in dikte van 1 centimeter op 6 december naar 30 centimer op de 24ste, later nog verder aandikkend tot 40 centimeter op 7 januari en uiteindelijk 45 centimeter op 20 januari. Bij de Hembrug, over het Noordzeekanaal, liep de dikte zelfs uiteen van 20 centimeter op 14 december tot 58 centimeter op 20 januari.


Destijds Europa's grootste draaibrug, de Hembrug, gefotografeerd in 1910

Het vorstgetal van IJnsen kwam uit op zo'n 71, wat betekent dat de winter als streng aangemerkt wordt. De waarde zit echter nog maar nipt onder de grens van zeer streng (beginnend bij 73,1). Het Hellmann getal kwam uit op 273 punten.

In het boek van Hans de Jong staan van een aantal dagen in november en december, zo'n drie weken in totaal waarin de winterinval plaatsvond, temperatuurgegevens (maxima en minima). Nu ben ik enige tijd geleden zelf bezig geweest om een simpel statistisch modelletje op te zetten waarmee je aan de hand van driedagelijkse waarnemingen het maximum, etmaalgemiddelde en minimum kan verkrijgen. De historische reeksen die van diverse stations te downloaden zijn bij het KNMI, bevatten consistent tenminste driemaal per dag waarnemingen: om 08 UTC, 14 UTC en 19 of 22 UTC (tot 1896 om 22 UTC, daarna 19 UTC).

Het modelletje wat ik heb ontworpen is puur op basis van regressie voor het maximum en etmaalgemiddelde. In de uitleg over de methodiek, te vinden via de link onderaan dee post, staat dat ik ook het minimum via regressie heb gedaan en dat de scores daarvan te slecht waren voor bruikbare resultaten. Sindsdien heb ik echter een wat complexer sinus-exponentioneel model voor het minimum gemaakt, wat een stuk beter presteert. Over een heel winterseizoen leidt het de minima af van de driedagelijkse waarnemingen met een standaardafwijking van de fout minder dan één graad (dit was met de regressie ruim tweemaal zoveel). Met deze technieke en de historische reeksen van het KNMI heb ik zelf de dagelijkse gegevens voor de hele winter 1890-1891 kunnen afleiden, voor de locatie Utrecht.

Allereerst nog even een vergelijking tussen de minima die Hans de Jong in zijn boek vermeldt voor Utrecht en door de mij verkregen minima, gedurende de periode 25 november tot en met oudejaarsdag:



Het is duidelijk te zien dat de afgeleide waarden een soortgelijk verloop vertonen en qua absolute waarden meestentijds nauwelijks afwijken, zelfs bij de strengste vorst. Dat geeft vertrouwen voor de rest van de resultaten. Een grafiek van het complete winterseizoen 1890-1891 te Utrecht vind je hier onder.



Ik zal binnenkort eens kijken of ik van nog meer historische winters dit soort plaatjes kan maken 🙂. Ik moet ten slotte nog wel dezelfde kanttekening maken die ik ook al eerder bij mijn uitleg over de afleidingsmethode maakte: mijn manier van dagwaarden reconstrueren is enkel om een 'ruw' beeld te krijgen van het dag-op-dag verloop van de temperatuur, de waargenomen standaardfout laat zien dat ook goed mogelijk is, maar je kan niet met afdoende zekerheid extremen verifiëren of vaststellen. Ook het exacte aantal dagen met vorst, matige vorst en strenge vorst zal niet met afdoende precisie vast te stellen zijn, hoewel de cijfers wel aardig overeenkomen. Het Hellmangetal voor de winter 1890-1891 is in mijn reconstructie 252 en zit daarmee zo'n 20 punten te laag (~8% fout).

Gr. Ben

http://www.weerwoord.be/includes/forum_read.php?id=676727&tid=676727
Bericht laatst bijgewerkt: 09-12-2007 16:31