"De winter komt uit het niets!"

Bericht van: VdeV(Heerenveen) , 07-01-2008 23:26 

Dit is een veelvoorkomende spreuk waar velen hier hoop uit proberen te putten maar meestal tevergeefs. De modellen zijn tegenwoordig zo goed dat zo'n verrassingsaanval van koning winter schier onmogelijk is. In de tijden van Jan Pelleboer en Hans de Jong was dat heel anders. Toen kon de winter ineens op 24 tot 48 uur vooruit op de kaarten staan, zoals Harrie vaak memoreert.

Satellieten hebben de grootste vooruitgang achter de technologie van de weersverwachting gegeven. Vroeger moesten de weermodellen gevoed worden met metingen van weerballonnen en vliegtuigen. Vanwege de onregelmatige verdeling van meetpunten waren er veel blinde plekken waar nauwelijks een fatsoenlijke analyse kon worden gemaakt. Met de ballongegevens van Ierland, en de weerschepen Cumulus en Romeo kon bijvoorbeeld nog wel een depressie op de oceaan worden gereconstrueerd maar wel aan onze kant van de Mid-Atlantische rug. De ontwikkeling van een verder afgelegen depressie was onbekend. Er vanuitgaand dat depressies meestal dezelfde paden bewandelen, bracht weermannen tot de verwachting dat het op lange termijn zacht en wisselvallig zou blijven. Maar voorhetzelfde geld bleef de volgende depressie uit of dook die de Golf van Biskaye in. Drie dagen later draaide de wind dan onverwacht naar het oosten. Een ander gebied van zorg was de poolstreek. Ook nu blijkt dat poolhogen de voorspelbaarheid op lange termijn lastig maken. Destijds was het bestaan van zo'n poolhoog onbekend en kon, als een gedaante uit de mist, zich ineens met de afwikkeling van het winterweer gaan bemoeien.

Voor de winterliefhebber, die zich graag laat verrassen, heeft 'vooruitgang' een dubbele betekenis. Toch is dat maar relatief omdat we er aan gewend raken verder vooruit te kijken. We bestuderen nu modelkaarten en ensembles tot 14 dagen vooruit. Is daarop niets te zien dan geven we de hoop op, soms voor de hele winter. Maar de verwachting voor vijf dagen vooruit is niet betrouwbaarder dan de analyses in de jaren '70. Vanaf dan is de ontwikkeling van iets onverwachts net zo goed mogelijk wat al over een week gestalte krijgt. Alleen hebben we meer geduld nodig. Op dag tien staat er niets spannends maar na drie dagen kan op een week vooruit de winter op de kaarten verschijnen.

Op dit moment zie ik niets waaruit ik hoop kan putten. De langgolvige rosbygolven liggen muurvast en de weerkaarten spreken dan ook duidelijke taal. Verder draait de poolwervel in de stratosfeer op volle toeren en breidt zich verder in onze richting uit. Tot enkele dagen terug had ik nog hoop op een verzwakkende zonaliteit die de Rus op zou kunnen halen. Die zou dan, met zijn brede rug, naar het westen moeten golven en de opgebouwde koude over ons uitsmeren. Maar we zien nu dat het Russische hogedrukbolwerk snel afbouwt en dat is maar beter ook. De opwarming van ons brongebied is toch niet meer te keren. Mijn blik is nu ver naar het westen gericht. Over een dag vijf is het stromingspatroon boven Europa en 'onze Oceaan' onveranderd maar aan de andere kant van Noord-Amerika verandert er wel wat. Dit kan bij ons pas tegen een dag of tien het weerpatroon veranderen. Maar hoe?
Dat zien we de komende week wel weer.

groeten Victor