Elfstedentocht 45 jaar geleden

Bericht van: Cees-Rotterdam , 18-01-2008 16:50 

Hoe kon het zo gebeuren, dat de elfstedentocht in 63 op de koudste dag van de winter en bovendien nog onder onverwacht barre omstandigheden werd verreden?

De winter van 63 gaat mytische vormen aannemen. In het huidige klimaat van de laatste 20 jaar is zo'n schouwspel volstrekt onvoorstelbaar gewoorden. Het was al voor de elfstedentocht gewoon geworden dat er sneeuw lag, landelijk vanaf 26 december en dat het koud was, ja meestal zeer koud. Van een nacht strenge vorst keek je niet op, wel van dooi in de middag die af en toe één dag of twee optrad. In de ochtend naar school fietsen met de oosten- of noordoostenwind tegen, daar rekende je al op. Ook met handschoenen kwam je vaak nog met koude handen op school. En koude voeten.

Het was schitterrend, die winter. Nooit beleefden we zo lang achtereen een sneeuwdek en in het westen van het land nooit zo lang een sneeuwdek plus ijs van voldoende tot ongekend grote dikte.

Mij blijft bij staan hoe de winter telkens weer terug keerde na een pietsje dooi. Zo ook in de nacht van 15 op 16 januari, toen de temperatuur kelderde van iets boven 0 om 4 uur tot -8 om 8 uur. Depressies verdwenen in een depressiekerkhof ergens op de atlantische Oceaan en kwamen nooit via een normale weg in de richting van west Europa.

De elfstedentocht liet in feite heel lang op zich wachten. De winter zat immers al sinds 22 decemember vast in het zadel en het sinds 22 december opgebouwde koudegetal bedroeg in De4 Bilt op 15 januari al 137,4. In het noorden van het land en te Leeuwarden 158,3. Het was, net als in 1979, de sneeuw die de ijsgroei belemmerde. De combinatie van sneeuw en wind maakte dat het tot dan toe nog niet tot voldoende ijs was gekomen op de hele route.

Op 15 januari kwam het verlossende woord: de tocht komt op 18 januari. Weliswaar had het de twee dagen daarvoor overdag heel licht gedooid, maar het KNMI gaf aan dat er geen tekenen waren die op invallen van echte dooi wezen. Eerder leek de kou weer te gaan toenemen.

Dat laatste hebben we gezien; maar wat het KNMI niet zag aankomen was die scherpe toename van de wind op 18 januari. Met de technieken van toen was dat kennelijk niet mogelijk. De synoptische situatie was er één van ongekende winterse schoonheid: een westelijke straalstroom was ver te zoeken in Europa; daarbij was er boven de Oostzee en onze omgeving wel een noordoostelijke tak van de straalstroom aanwezig. (Als men dat tenminste als straalstroom mag aanduiden)
In deze stroming ontstond bij de golf van Riga en Polen een kleine depressie. Deze trok met de heersende hoogtestroming in de richting van ons land. Voorafgaand aan deze storing viel de oostelijk wind bij ons weg; de temperatuur ging daardoor op veel plaatsen naar waarden beneden -15. Een paar gegevens van die ochtend:
Rotterdam: -16,3
De Bilt: -18,3
Leeuwarden: -16,9
Joure: -20,8
Enige tijd heeft in Friesland de wind zwak uit het zuidwesten gewaaid. Na het passeren van de storing onstond een sterk windveld, met een al maar toenemende noordoosten wind. Wel steeg de temperatuur even tot -4° maar in de avond werd het, met recht, bar en boos. Enfin, we kennen de verhalen.

Uitgerekend die dag was uitgekozen voor de tocht der tochten. Had men geweten dat het zo uit de hand zou lopen, was de tocht dan op een andere dag uitgeschreven? Een zinloze vraag eigenlijk. De feiten lagen nu eenmaal zo en verrassingen zijn niet uit de wereld met de moderne verwachtingstechnieken.

Wat zouden we in 2008 niet geven voor 25% van deze winter? Dat zou zijn:
Een koudegetal van ongeveer 86
25 vorstdagen
11 ijsdagen
6 koude dagen (strenge vorst)
Eén lange vorstperiode van een dag of 14.
Eén koudegolf
16 schaatsdagen
22 dagen met sneeuwbedekking

Groet,
Cees

Zie ook de link

http://www.schaats-en-skate.nl/cees/1963.htm
Bericht laatst bijgewerkt: 18-01-2008 17:01