Vanmiddag was ik enige tijd in de duinen en aan het strand bij Meiendel, tussen Den Haag en Wassenaar.
Er stond een zwakke wind uit zee (WZW) en het was in de zon aangenaam weer, vooral als je uit de wind kon gaan zitten. De temperatuur moet ongeveer 5 graden boven 0 geweest zijn.
Een beetje tot mijn verbazing zag ik, omstreeks half vier, aan de duinrand bij het strand op een schaduwhellinkje een beetje rijp op het zand! Ondanks de hoge temperatuur en een beetje wind kon deze rijp zich handhaven. De verklaring is duidelijk : geen instraling van de zon, wel uitstraling en een lage luchtvochtigheid, die door verdamping voor de nodige afkoeling zorgt.
Later zag ik tussen de bomen opnieuw wat rijp op blaadjes en gras. Gewoon nog een beetje winter.
Op zich is dit een goed verklaarbaar fenomeen. De vraag die mij bezig houdt is deze: als de luchtvochtigheid zo laag is, hoe ontstaat dan op 50 meter afstand van de zee rijp? De temperatuur moet daar dan toch behoorlijk onderuit gegaan zijn in de nacht. Daarvoor hoef je niet persé in het binnenland te zijn. En een (droge) zandgrond blijkt gevoelig voor flinke uitstraling; het idee dat het vlak aan zee altijd zachter is in de winter lijkt dan op zijn minst genuanceerd te moeten worden.
Groet,
Cees
Quote selectie