We hebben morgen te maken met een vore, of convergentielijn, die ligt in de as van de 'tong' van warme en vochtige lucht die momenteel over ons land uitstroomt. Vannacht en morgenvroeg ligt die nog behoorlijk westelijk, over de Randstad zeg maar, maar trekt geleidelijk richting het oosten vanwege het naderende koufront vanuit het westen. Dit koufront stelt niet zoveel voor.
Het moeilijke aan de situatie is de vraag of de onweersbuien die vore/convergentielijn echt nodig hebben om te ontstaan en zich langs te organiseren, of dat ook elders onweersbuien (mogelijk westelijker) kunnen ontstaan. De vore stelt m.i. niet zo heel veel voor en ik denk dat daar niet de voornaamste winddraaiing op zit. En zelfs als de wind naar het zuidwesten draait, stelt die nog niet gelijk veel voor zodat de temperatuur (m.u.v. de kuststrook) niet gelijk van 32 naar 26 graden zakt, bij wijze van spreken. Om die reden denk ik dat grote delen van de Randstad nog niet pessimistisch hoeven te zijn over onweer. Mogelijk hangt de vlag er morgen aan het einde van de ochtend anders bij, natuurlijk.
Desondanks blijft natuurlijk een feit dat de vore niet over de Noordzee ligt maar al over het westen, en de vore vormt een gebied van convergentie (gedwongen opstijging van lucht). Die lijn trekt geleidelijk naar het oosten. De bovenluchtstroming is verder ook van zuidwest naar noordoost, dus buien zullen van het westen aftrekken. Daarnaast worden de hoogste temperaturen in het oosten en zuidoosten van het land behaald morgen, net als vandaag. Aldaar zal de onstabiliteit dus ook het grootste zijn en dat maakt de kans op hevig onweer natuurlijk ook groter.
Het is momenteel nog moeilijk te zeggen waar precies de buien zullen ontstaan, er zijn een tweetal of mogelijk zelfs drietal mechanismen die ze in gang kunnen zetten: pure warmte (warmteonweer), de vore en bovenlucht-trogjes die passeren. Ze kunnen elkaar natuurlijk ook complementeren. Het zal morgen een zaak zijn van de waarnemingen goed in de gaten houden: let vooral op gebieden met hoogste temperaturen en dauwpunten, verder zoek naar lijnen met duidelijke windsprong (let daarbij ook op de bijbehorende windsnelheden, de convergentie/samenkomst van lucht is een product van de hoek van windrichting en de windsnelheid). Kijk ook welke richting vocht en convergentie zich bewegen, hoopt zich ergens vocht op en valt dat misschien samen met een windsprong?
Daarnaast kan je de sonderingen gebruiken van 00Z van De Bilt, Trappes (Frankrijk) en Herstmonceux (zuid-Engeland). Er is vaak om 06Z ook nog een sondering in Emden en Essen (Duitsland), die geeft dan het meest recente beeld van de situatie hogerop in de atmosfeer. Het belangrijkste is dat er genoeg vocht zit en er geen vervelende inversies zitten die de start van buien in de weg kunnen zitten. Ik zal zelf morgen ook wel de situatie in de gaten blijven houden en zo nodig berichten plaatsen over de ontwikkelingen die gaande zijn. Hoe dan ook, de belangrijkste raad blijft: volg de waarnemingen. Modellen zijn zinloos om nog te gebruiken zodra je binnen 12-18 uur van de verwachte start van de buien zit (en ik verwacht de buien morgen niet eerder dan 15-16 uur).
Zodra er buien ontstaan dan is de verwachting dat deze zich vrij snel organiseren (clusteren), mogelijk in de vorm van lijnen. Misschien ontstaat er zelfs een langgerekte onweerslijn (een zogenaamde
squall line) die richting Duitsland trekt. Het grootste gevaar bij dergelijke onweerslijnen zijn de windstoten, vaak ontstaan die lijnen omdat er hogerop in de atmosfeer veel wind staat. De buien brengen die wind naar beneden op grondniveau.
Vaak kan je de windsnelheid op 850 hPa als eerste leidraad nemen. De effectieve windstoot kan hoger uitvallen omdat de dalende lucht in een onweersbui snelheid vergaard door verdamping van meegesleurde vochtige lucht, vooral als die lucht door een droge luchtlaag gaat. Verder moet je er nog rekening mee houden dat sowieso koude lucht met een bepaalde snelheid onder een bui uitstroomt, die snelheid kan je er vrijwel geheel bij optellen. De maximale windstoot zou je derhalve kunnen formuleren als Fx = FF850 * verdampingscoëfficiënt + FFuitstroom. De verdampingscoëfficiënt ligt in de orde van 5 tot 25%.
Morgen zal de verdampingscoëfficiënt niet ongewoon hoog liggen, er is geen duidelijke droge luchtlaag te vinden in de onderste 5 km. Ik zet de coëfficiënt derhalve op 5%. De windsnelheid op 850 hPa ligt zo rond de 35 knopen en de uitstroomsnelheid van de koude lucht ligt vaak in de orde van 20, soms 25 tot 30 knopen. Met die cijfers kom je dan op 35*1.05+20=57 knopen, rond 95 km/u. Dit is wat lager dan het KNMI geeft in hun waarschuwing (110 km/u), maar binnen de marge die genoemd wordt in de guidance (55-60 knopen). Opmerkingen over deze benadering zijn overigens welkom, deze heb ik vrij recentelijk pas zelf geformuleerd

.
Groeten, Ben
Quote selectie