Bij 5 staat 'vrij neutraal: kan alle kanten op
óf gerede kans op een prikje, doch niet echt heftig'
Bij 6 staat: 'mogelijkheden op
echt winterweer zijn er zeker,
garanties zijn er niet. Er heerst
licht positivisme'.
Ik vond het tweede iets beter aansluiten bij de realiteit, al hoewel de periode met vorst en winterse neerslag volgende week het niveau van een prik (nog) niet ontstijgt. De kans op ijsdagen blijft redelijk beperkt, slechts twee dagen is die hoger dan 50%. Er lijkt wel grote kans op een periode van 9 etmalen met vorst in de nacht, maar heel bijzonder is dat nog niet (er waren nog 189 van dergelijke perioden in de afgelopen 108 jaar).
Misschien is het handig ook even te duiden wat in mijn ogen een prik, veeg en haal zijn (en dat komt zo uit mijn herinnering overeen met wat de bedenker van de termen, Adrie Huiskamp van het KNMI, er onder verstaat:
- prik: enkele dagen achtereen overwegend lichte tot matige vorst in de nacht, overdag rond nul (+2 tot -2°C), al dan niet gecombineerd met natte of droge sneeuw
- veeg: zeker 5 dagen achtereen overwegend matige vorst in de nacht, overdag lichte vorst, al dan niet gecombineerd met droge sneeuwval (> 0.3 cm)
- haal: zeker 5 dagen achtereen overwegend strenge vorst in de nacht, overdag lichte tot matige vorst, al dan niet gecombineerd met significante sneeuwval (> 5 cm)
Verkleiningen zoals prikje, veegje en haaltje duiden op grensgevallen.
Voor volgende week hangen we echt tussen prik en veeg(je) in, afhankelijk van de regio. Regio oost en zuidoost is wel een veegje, regio west en noordwest nauwelijks een prikje.
Edit: Meteo Consult heeft deze verklaringen voor prik, veeg en haal. Komen aardig overeen lijkt me.
Een prik. Nee, met de inenting voor de Mexicaanse griep heeft deze kreet niets te maken. Bedoeld wordt een periode van één of een paar dagen met licht winters weer. Er valt eens een (natte) sneeuwbui, ’s nachts vriest het wat, maar de dooi loert voortdurend om de hoek en sowieso komt het kwik overdag boven nul. In sommige winters krijgen we niet veel meer dan een aantal van deze ‘prikken’ te verwerken.
Een veeg. Tijdens ‘een veeg’ is het winterweer duidelijk van wat meer betekenis. De gemiddelde etmaaltemperatuur komt zowaar een paar dagen onder nul te liggen, een eventueel sneeuwdekje weet zich langer dan een paar uur te handhaven en soms kan het een nacht stevig vriezen. Er wordt zowaar een ijsvloertje gevormd en sommige waaghalzen proberen op het nog te dunne ijs hun pas geslepen schaatsen uit. Meestal valt echter de dooi in, voordat het tot uitgebreide schaatspret kan komen.
Een haal. Hierbij balt Thialf toch echt zijn vuisten. Er valt flink wat sneeuw, die dagenlang blijft liggen, maar als het niet sneeuwt, dan krijgen we in ieder geval een reeks ijsdagen met ’s nachts matige tot strenge vorst. Eventuele dooi is licht en beperkt zich tot een dagdeel, waarna de vorst weer invalt. Een ‘haal’ is vaak ook een officiële vorstperiode en kan soms zelfs uitgroeien tot een echte koudegolf.
Volgens hun beschrijvingen zou volgende week meer naar veeg dan prik neigen. Veegje dus maar.
Gr. Ben
Quote selectie