Het beste is om het etmaalgemiddelde te nemen. Alleen de minimumtemperatuur is onvoldoende om het ijs te gaan schatten.
Een nacht met -10 met 0 overdag is even goed als een nacht met -7 en een dag met -3 (ruwweg, want het etmaalgemiddelde kan iets afwijken van (Tg+Tn)/2).
Als je vanaf de eerste ijsvorming de etmaalgemiddelden optelt, het minteken er af haalt dan krijg je het Hellmanngetal (K) over de periode. Bij een Hellmanngetal van 16 kan je voorzichtig het ijs op. Meestal is het dan zo'n 6 tot 7 cm dik. Overigens zijn andere factoren van belang: wind, luchtvochtigheid, bewolking, tijd van het jaar.
Bij K meer dan 20 zit het meestal wel goed.
Vorig jaar heb ik uitgebreid geschreven over ijsvorming in het winterbulletin. Ik ga dat binnenkort bundelen zodat het direct via een link te lezen is. Nu moet je zoeken in het archief van 2008-2009. Zoek daarin de bulletins vanaf no 11.
Een voorproefje uit bulletin no 11 van 29 december 2008
Temperatuur en ijsvorming
Vanaf dit bulletin ga ik dagelijks in op één van de factoren die voor de ijsaangroei van belang zijn. Vandaag de temperatuur. Er zijn allerlei methoden om uit de temperatuur gedurende enig tijd de dikte van het ijs te schatten. Zo rekenen sommigen met de nachtelijke minima, bijvoorbeeld door deze over een aantal dagen op te tellen en door 5 te delen. Omdat de temperatuur overdag ook een rol speelt gebruik ik altijd het etmaalgemiddelde. Haal het minteken ervan af en tel die getallen op: het koudegetal volgens Hellmann. Bereikt dit de waarde 16, dan zal bij redelijk gunstige andere factoren het ijs tot 6 of 7 cm zijn gegroeid en dus berijdbaar (niet betrouwbaar!)
Het kan soms enige tijd duren voor dat getal van 16 wordt bereikt. Vorig jaar duurde het een hele week voor het ijs dik genoeg was en bij een koudegetal van 18,5. Typisch voor een Nederlandse vorstperiode is een dag of 5. Spectaculair snel ging het in 1987. Na een paar dagen met een beetje vorst stond het koudegetal in Rotterdam op 2,8. In de nacht van 9 op 10 januari viel de vorst met groot geweld binnen. In twee etmalen groeide het ijs tot ongeveer 10 cm dikte. Op maandag 12 januari reed ik de Alblasserwaard rond zonder enig probleem op schitterend ijs. We hebben het dan over etmalen met een gemiddelde van ongeveer -10 (Rotterdam) tot -11 (De Bilt). Dat het nog kouder kan bewijst 1 februari 1956. Op 30 januari viel de vorst in; op 1 februari om middernacht stond het koudegetal op 11 en op 1 februari was de gemiddelde temperatuur in De Bilt -13,7! Het zou voldoende zijn om op 1 februari te kunnen schaatsen, ware het niet dat de krachtige wind de ijsaangroei heeft vertraagd.
Groet,
Cees
Quote selectie