Hoi Ben,
De geostrofe component van de wind waait kloksgewijs om een hogedrukgebied heen en antikloksgewijs om een lagedrukgebied. Daarnaast heeft de wind nog een ageostrofe component, die vaak grotendeels veroorzaakt wordt door wrijving.
Ik ga even uit van een stationaire drukverdeling op het Noordelijk Halfrond.
Als je de wind in de rug hebt, is de drukgradiëntkracht (kracht van hoge- naar lagedruk) naar links gericht. Deze drukgradiëntkracht is alleen afhankelijk van de drukverdeling en niet van de windsnelheid. De Corioliskracht is wél afhankelijk van de windsnelheid (zelfs evenredig daarmee) en naar rechts gericht.
De wrijvingskracht is tegen de wind in gericht, dus naar achteren.
Doordat de wrijvingskracht de wind afremt, neemt de Corioliskracht naar rechts hierdoor óók af en kan deze de drukgradiëntkracht NIET compenseren.
Door de wrijving is de drukgradiëntkracht dus "sterker" dan de Corioliskracht en krijgt de wind een versnelling naar links, van hogedruk naar lagedruk, totdat de drie hoofdkrachten weer met elkaar in balans zijn. Uiteindelijk hou je dan een situatie over waarbij de wind een component van hogedruk naar lagedruk heeft. Volgens jouw pijlen (die aangeven waar de wind vandaan zou moeten komen), waait de wind enigszins van lagedruk naar hogedruk, terwijl dat andersom zou moeten zijn.
Groet,
Alwin
P.S. Alleen in situaties waarin de wind snel om een bepaald punt waait wordt de centrifugale kracht (in zowel een hogedruk- als een lagedrukgebied van de kern af) belangrijk. Deze centrifugale kracht is evenredig met het kwadraat van de tangentiële snelheid en omgekeerd evenredig met de afstand tot de draaias. Tornado's (grote tangentiële snelheden i.c.m. een kleine kromtestraal) worden dus beheerst door een evenwicht tussen de drukgradiëntkracht, de centrifugaalkracht en de wrijvingskracht.
Quote selectie