Er is een gezegde: "Op oud ijs vriest het het hardst".
Het beste is dat het ijs gedeeltelijk smelt of dat er in ieder geval nog ijsresten drijven. Wel moet de dooi het ijs eerst flink boetseren. De sneeuwsmurrie kan dan worden verwijderd en de poriën dienen zich goed te vullen met water. Als het dan weer gaat vriezen wordt het resterende ijs sterker en wordt het aangevuld met nieuw ijs. Het verse ijs, meestal langs de kanten, is dunner maar is goed te onderscheiden van oud ijs, dat lichter van kleur is.
Met een schone lei beginnen, zoals Ben oppert, kan ook. Maar de aanwezigheid van oud ijs heeft toch een paar voordelen:
- Het tussenliggende water is rustiger met minder golfjes zodat zich sneller ijs kan vormen.
- Het smeltproces kost energie en onttrekt warmte uit het water zodat het koud blijft. Wanneer al het ijs is verdwenen warmt het water op, ondermeer vanuit de bodem (de erfenis van de zeer zachte november). Dan moet de vorst het water eerst afkoelen voordat ijsvorming kan plaats vinden.
- Je kan het oude ijs gebruiken voor extra dikte, zeker als het nog ligt op plaatsen waar nieuw ijs minder snel groeit.
Het beste is om zelf regelmatig je favoriete schaatsplek te checken hoe het ijs er bij ligt.
Victor
Quote selectie