Daaronder weer een 700 m dikke vrieslaag. Als er hier wat valt dan zal het ws. ijs(mot)regen of sneeuw zijn.
De smeltlaag is ong. 45 hPa dik, met een gemiddelde natteboltemperatuur rond +0.5°.
Aangezien je 5.2 mm neerslag nodig hebt om de natteboltemperatuur van een laag van 100 hPa met 1°C omlaag te brengen, kun je stellen dat nu ong. 1 mm neerslag nodig is om de hele temp op of onder nul te krijgen.
Toch wordt die benodigde hoeveelheid steeds kleiner, want je ziet dat de aanvoer in de dooilaag vanuit het noord(oost)en is. M.a.w.: het front in de bovenlucht trekt zich terug naar het zuid(west)en en de smeltlaag wordt dunner en dunner. In principe is de kouadvectie natuurlijk ook duidelijk te zien aan het krimpen van de wind met de hoogte in de gehele smeltlaag en een stuk daarboven!
Groet,
Alwin
Quote selectie