Strikt persoonlijk hanteer ik het zomerhalfjaar 1975 als referentiepunt voor een zomeroriëntatie. Terugkerende elementen in de vele nabeschouwingen van deze zomer zijn: het traag op gang komen van het seizoen, record-kou begin juni met zelfs sneeuw in Engeland, de 140 mm etmaalregen van 24 juni in Gouda, de record-hittegolf van augustus, onder het ancient klimaatregime de warmste in zijn soort van de 20e eeuw; na de temperatuursprong evenwel gepasseerd door 1997. Ongenoemd blijft doorgaans het onweersvirus dat in werkelijkheid markant aanwezig was in de compositie van dit zomerhalfjaar en dat het seizoen mede heeft gemaakt tot de Einzelgänger die het onder de zomerseizoenen is. Daar gaan we weer. Een opsomming.
Het Bevrijdingsfeest van 5 mei wordt nog bij klassiek droog en zonnig weer met strakblauwe lucht en NO-wind gevierd, maar het is geen opmaat tot een mooiweerperiode. Nederland komt in het overgangsgebied tussen warme lucht in het oosten en koele lucht in het westen te liggen. Op de 7e mei beweegt zich een minimum vanuit Tsjecho-Slowakije retrograad naar Nederland. Zonder dat het warm is (geweest) komt er ‘s avonds zinloos onweer uit het zuidoosten opzetten. Het is een ongewoon aanhoudend avondvullend onweer. Medio mei is er opnieuw grote electrische activiteit, met onweersbuien rond het middaguur van de 15e. De volgende dag staat de krant vol met berichten over blikseminslagen. Zaterdagmiddag de 17e onder invloed van een storing die zich van Frankrijk naar Denemarken beweegt, de hele middag onweer uit 2 opeenvolgende onweershaarden.
Na de record-kou van begin juni volgt een ontwikkeling die kenmerkend is voor mooie zomers. Van het zuidwesten uit opkomende hogedruk die zich boven Skandinavië vestigt. Het resulteert in een geweldige weersomslag met prachtig stabiel zomerweer dat duurt van 5 tot en met 13 juni met taai waaiende NO-winden. Het lijkt slechts kort onderbroken te worden, als het van 18 tot en met 21 opnieuw stabiel is bij NO-wind. Op zondagmorgen 22 juni echter onverwacht onweer uit het oosten, met van 9.30 tot 13.00 uur de één na de andere overtrekkende onweerscel met alle electrische verschijnselen die daarbij te bedenken zijn (verticale/horizontale ontladingen; bolbliksems, parelsnoerbliksems etc). De regenmeter stroomt over. Er valt circa 40 mm onder invloed van deze vanuit Duitsland komende via Oost-Groningen naar de Afsluitdijk trekkende onweersstoring.
2 dagen later is het dus raak in Rotterdam en omgeving en laat ik nu uitgerekend op die dinsdag 24 juni 1975 vanwege een excursie met school daar naartoe moeten. Zo ben ik getuige van wat 140 mm nachtelijke onweersregen teweeg kan brengen: Ondergelopen tunnels, weggespoelde troittoirs; echt indrukwekkend.
Van 1 tot 8 juli is het warm zomerweer. Vanaf de avond van de 8e onweersachtig (in het blad Weer! deze maand een beschrijving van iemand die deze avond het zwaarste onweer van zijn leven meemaakte, met bijna traumatische uitwerking). Herhaaldelijk wisseling van warm-vochtige subtropische lucht en koele droge lucht, met bijbehorende grote electrische activiteit. Zo’n markante overgang voltrekt zich op maandag de 14e juli. Overdag is het snikheet (30 gr.c.) en broeierig benauwd, na het onweer rond etenstijd ‘s avonds fel opklarend helder en fris weer! Noord-Groningen wordt deze avond door een windhoos getroffen (‘t Zandt, Spijk en Zeerijp).
Als het heeft geonweerd, staan de kranten vol van de voorvalletjes. Het meest bijgebleven is mij het berichtje over een in mijn ogen heel curieuze ervaring van een boer in het Friese Schettens, vrijdagmiddag 11 juli. Als hij bezig is met het aanbrengen van (oh ironie) schrikdraad slaat de bliksem op de draad, terwijl hij deze in de hand heeft. Hij overleeft de inslag, omdat de bliksem niet via hem, maar via een paaltje waaraan de draad al bevestigd was de weg naar de aarde verkiest.
Na 26 juli begint het weer dan aan een opmerkelijk herstel met langdurig droog zonnig en warm zomerweer, uitmondend in de indrukwekkende augustus-hittegolf. Het mooie weer duurt van 26 juli tot 15 augustus. Alleen tijdens het weekend van za. en zo. 9 en 10 augustus stroomt koelere lucht vanuit het zuidwesten met onweer het land in. Deze lucht komt echter niet verder dan de lijn Den Helder - Nijmegen: Een grenslijn over Nederland met in NO-Nederland tot 33 gr.c. en droog; in het zuidwesten echter slechts 19 gr.c. in Vlissingen en 40 mm in Eindhoven. Dat maak je werkelijk niet elk jaar mee.
Daarna weer dat andere aspect van deze merkwaardige zomer: rond de 20e een scheidingslijn tussen warme lucht in ’t Oosten en koele oceaanlucht in het Westen, met op die scheidingslijn actief onweer. Op de 21e tropische onweersbuien met Egyptische duisternis midden op de dag.
De laatste oorspronkelijke waarneming in dit gedenkwaardige seizoen deed ik zaterdagmiddag 27 september. De dag was als een anonieme septemberdag begonnen, maar ‘s middags zo heel ineens acuut broeierig warm, na passage van een messcherp warmtefront. Tegen de avond koufrontpassage met pittige onweersbuien.
Daarna verschijnt oktober op de kalender, is de zomer voorbij en valt er al op 13 oktober sneeuw (recordvroeg). Een strenge winter volgt er niet. Wel een nog mooiere zomer met superhittegolf en grote droogte in het jaar 1976.
Quote selectie