Meestal komt er eerst nog een warmsector (die ook nog opglijdt en voor een stuk occludeert op de voorheen uitgestroomde kou). Maar zodra het op 500 hpa onder -35 duikt, wordt het met een tegen dat tijdstip nog wat koudere Noordzee, smullen geblazen. Dit soort luchtdrukconfiguraties zijn ook taai en houden meestal lang stand. Zodra de koude bovenluchten diep naar het zuiden zijn doorgezakt, ontstaan er onvoorspelbare laagjes die ook af en toe de wind aflandig houden. Typisch met een koudere Noordzee zijn dan ook het ontstaan van opklaringen tijdens de nacht (buien sterven uit, behalve bij echte troggen), waardoor het kwik weer flink onderuit kan gaan. Indien het kwik overdag te veel zou stijgen, triggert dat gewoon sneeuwbuien die het geleden verlies weer ruimschoots compenseren. Het is natuurlijk geen standvastig vriesweer (maxima zullen bij aanlandige wind +2/+4 halen (uitz tijdens buien, dan daalt het kwik naar nul), maar 's nachts vriest het overal. Elke dag worden wel enkele Helmannen genoteerd. Hier en daar kan zelfs een echte ijsdag tevoorschijn komen. (als de wind even aflandig blijft). Een mooi voorbeeld is februari 1955. Dat was in Vlaanderen een van de beste sneeuwmaanden ooit.
mvg,
Dieter
Quote selectie