De modellen presteren met de 500 hPa anomalieën beter in de winter (bezien op het noordelijk halfrond) dan in de zomer. ECMWF haalt in de wintermaanden vaak correlatiescores van R=0.90 over een hele maand, in de zomer hoogstens R=0.84. Dat heeft te maken met de hogere zonaliteit in het winterhalfjaar en het feit dat het noordelijk halfrond veel meer landmassa heeft en reliëf, en daardoor meer verstoringen in het hoogtepatroon. Anders zouden zomer en winter gelijk in score zijn omdat het effect dan in gelijke mate afwisselend op het ene of het andere halfrond optreedt.
Gr. Ben
Quote selectie