Voortduring van het te koude weer.
Want ondanks de vanzelf nog steeds grote onzekerheid, lijkt er in de Uitvoer toch steeds meer de trend te zien dat waarschijnlijk de rest van deze maand een te koud weertype zal opleveren.
Waarbij het van de keuze van het "draaipunt" zal afhangen of het om een iets te koud of zeer koud zal gaan.
En het draaipunt is vind in de Uitvoer van vandaag op 120 uur vooruit het mooist gevisualiseerd door de UKMO 12z run.
Op 5 dagen vooruit zien we in dat model heel mooi de 2 lagedruk kernen, ten (N)W en (N)O. Met ons gebied, als op het draaipunt van een wip (die in de speeltuin worden aangetroffen) precies in het midden ervan. Met vanuit het noordoosten hogedruk dat tracht tot het zuiden van Scandinavie door te dringen. Met aan de oostflank zuidwaartse uitstroming van zeer koude lucht. Tegelijkertijd zien we dan ook nog eens lagedruk boven het gebied nabij Biskaye aanwezig. Met boven het Europese continent ook nog eens een scala aan aparte lagedruk-kernen.
Kortom, in ieder kaart-technisch gezien lijkt deze winter naar een climax toe te werken......
Korte termijn, t/m woensdag
Onder invloed van lagedruk nabij Ierland trachten in deze verwachtingsperiode warmtefronten het continent op te trekken.
In een ZW aanvoer op hoogte blijft de lucht -maritiem- polair van oorsprong, toenemend onstabiel van karakter.
Aan de bodem is de stroming eerst Z/ZO, later meer ZO/O.
Weerbeeld.
Dinsdag: spaarzame opklaringen en wolkenvelden, en vooral morgenochtend en begin van de middag in het westen enige sneeuwval mogelijk. Morgen later op de dag toenemende zonnige perioden. ZO, later meer Z wind, toenemend 3-6 Bft, en Tmin -6/-3 C, bij langdurigere opklaringen -10/-7 C.
Morgen maxima van 0/3 C.
Woensdag: vooral eerst nog opklaringen, later vanuit het ZW toenemende bewolking en navolgend sneeuw. O/ZO wind 3-5 Bft en Tmin -10/-5 C en Tmax -2/+1 C.
Middellange termijn, t/m zaterdag
Lagedruk ten ZW, later NW blijft weersbepalend. Randstoringen van dit systeem trekken periodiek ook ten Z/O van ons langs.
Terwijl de stroming op hoogte vrij eenduidig is, namelijk (Z)W. Is de aanvoer aan de bodem, gezien de mogelijke positie(s) van de aparte kernen, veel moeilijker te duiden.
De aangevoerde lucht op hoogte wordt later in de periode weer toenemend polair van karakter.
Weerbeeld.
Donderdag/vrijdag/zaterdag.
Een sterk wisselend weerbeeled, waarbij langdurige droge perioden, ook met zoneschijn, worden afgewisseld met perioden met neerslag, in alle vormen.
Een meest zwakke tot matige meest variabele wind.
En in de nacht en ochtend meest lichte vorst -5/0 C, en overdag zo tusen de 1-3 C in het N/O en 3-5 C in het Z/W.
Lange termijn
In de aanhef verwees ik al -weer- naar de complexe situatie die tegen komend weekend op de weerkaarten zal gaan ontstaan.
Voorlopig opteer in nog steeds voor de optie dat de geleidelijke temperatuur daling die in het weekend gaat optreden, door aanvoer koudere bovenlucht, en meer continentale aanvoer aan de bodem.
Zich volgende week meer en meer door zal zetten.
Naar mijn mening zal komend weekend aan de achterzijde van het NO lagedrukgebied, in combinatie met drukstijgingen daarna boven het zuiden van Scandinavie, koude lucht zich zuidwaarts gaan verplaatsen.
Deze kou bereikt ons dan wel niet in directe zin waarschijnlijk, maar met hogedruk ten N/NO en in de loop van volgende week naar verwachting uitdiepende lagedruk ten ZW, ontstaat er wel een blijvend continentale aanvoer aan de bodem, en bereikt ons die kou uiteindelijk wel in indirecte zin.
Mvg, Ronald.
Auteur: Ronald de Wildt | Opgesteld 2010-02-15 21:32:29
Quote selectie