Vrij eenvoudig: op het wateroppervlak hebben zich losse ijskristallen gevormd. Deze zijn aan elkaar gegroeid en toen het water zakte, ontstond er een kleine opening tussen het water en de ijskristallen. Wellicht omdat de kristallen vast zaten aan de oever, anders waren ze wellicht meegezakt met het water.
Omdat water adhesiekrachten heeft, ontstond er een dun watervliesje tussen het ijskristal en het wateroppervlak dat sneller bevriest dan het onderliggende water. Net zoals je een vinger in het water steekt en er dan een millimeter boven houdt: er zit dan een laagje water tussen dat lijkt te plakken zoals lijm (adhesie).
Naarmate het water verder zakte, ontstond er steeds nieuwe opening met vorming van een nieuw watervlies, zodat ze verder uitgroeiden naar onder toe. De oorspronkelijke vorm van de ijskristallen was wat nu de bovenkant van die plaatjes is.
Quote selectie