Het is wel zo dat er bij hoge CAPE-waardes minder schering nodig is om een supercell aan de gang te krijgen dan bij lagere CAPE-waardes.
Bij hogere CAPE is meestal ook meer schering nodig. Er moet immers een krachtigere stijgstroom tot rotatie gebracht te worden. Het moet allemaal enigszins in balans zijn: veel windschering en resulterende hoge SRH, tezamen met weinig onstabiliteit, levert eerder afgerafelde buien op dan supercells. Omgekeerd, een omgeving met hoge onstabiliteit en weinig windschering leidt tot losse onweersbuien die vrij snel uitsterven, omdat de stijgstroom vermengt raakt met de daalstroom. Die kunnen niet effectief worden gescheiden door windschering, die ervoor zorgt dat neerslag van de stijgstroom vandaan valt. Al kan er natuurlijk in beide situaties wel een supercell ontstaan, maar de kansen zijn klein.
Iets algemener ontstaan de supercells die tornado's opleveren in Nederland niet specifiek in situaties met hoge CAPE, maar vooral bij sterke windschering in richting en snelheid in de onderste kilometer. Dat suggereert dat vooral de windschering van belang is voor de vorming van supercells en tornado's, maar los daarvan blijft onstabiliteit natuurlijk van belang voor de vorming en instandhouding van een bui in het algemeen. Daarbij merk je weer dat een bui die ontstaat in een omgeving met relatief weinig onstabiliteit en sterke windschering, uiteengerukt wordt.
Gr. Ben
Bron:
Groenemeijer, P., and A. van Delden, 2007:
Sounding-derived parameters associated with large hail and tornadoes in the Netherlands, Atmos. Res., 83, 473-487
Quote selectie