Ozon is nogal een schadelijk stofje omdat het reageert met zowat alles, dus ook slijmvliezen, longen, ...
Wouter
Extra info vanop website irceline (www.ircel.be)
3. Ozon
Ozon is een secundaire polluent die gevormd wordt uitgaande van de precursoren NOx (stikstofoxiden) en VOS (Vluchtige Organische Stoffen) onder welbepaalde reactie-omstandigheden. Het is wel zo dat er geen lineair verband bestaat tussen de ozonvorming en de emissies van de precursoren.
Door zijn sterk oxiderend vermogen kan ozon een aantal gezondheidseffecten veroorzaken, afhankelijk van de concentratie in de omgevingslucht, de blootstellingsduur, de gevoeligheid van de blootgestelde personen en hun activiteit. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de voornaamste gezondheidseffecten bij kortdurende blootstelling :
milde respons
max 1 uur ozonconcentratie :180-240 µg/m3
gemiddelde longfunctieverminderinga <5%, bij gevoeligen <10%
incidentele oogirritatie (onafhankelijk van lichamelijke inspanning)
incidentele luchtwegsymptomen als hoest bij gevoeligen
matige respons
max 1 uur ozonconcentratie : 240-360 µg/m3
gemiddelde longfunctieverminderinga 5-15%, bij gevoeligen 10-30%
irritatie van ogen, neus en keel (onafhankelijk van lichamelijke inspanning)
luchtwegsymptomen als hoest, pijn op de borst, kortademigheid bij gevoeligen
toename ernst en frequentie van symptomen bij personen met CARAb
ernstige respons
max 1 uur ozonconcentratie : > 360 µg/m3
gemiddelde longfunctieverminderinga >15%, bij gevoeligen >30%
ernstige luchtwegsymptomen als aanhoudende hoest, pijn op de borst, kortademigheid
mogelijk gevoelens van onbehagen, benauwdheid, hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid bij gevoeligen
sterke toename ernst en frequentie van symptomen bij personen met CARAb
a mogelijk gepaard gaande met ontstekingsreacties, toegenomen hyperactiviteit van de luchtwegen en verandering in de longklaring.
b Chronische Aspecifieke Respiratorische Aandoeningen
Ozon kan verschillende gezondheidsklachten waaronder longfunctieveranderingen uitlokken. De andere stoffen uit de "zomersmog cocktail" veroorzaken prikkende ogen, hoesten en irritatie van de slijmvliezen. Het optreden van deze symptomen is afhankelijk van verschillende factoren :
*de ozonconcentratie, nl. hoe hoger de concentratie, hoe meer mensen klachten zullen vertonen en hoe ernstiger de klachten zullen zijn. Er kan echter niet precies aangegeven worden vanaf welke concentraties welke effecten te verwachten zijn.
*de individuele gevoeligheid: personen met aandoeningen van de luchtwegen zullen sneller een effect waarnemen dan personen met een normale longfunctie. Ook kinderen zullen gevoeliger zijn. Bovendien bestaat er een zogenaamde groep "responders" (zowat 10% van de bevolking) die om onduidelijke redenen extra gevoelig zijn voor ozonepisodes.
*de geleverde inspanning: bij het leveren van intensieve inspanningen in de buitenlucht zal de ademhaling versnellen en zal er per seconde meer lucht de longen passeren. In vergelijking met een persoon in rust houdt dit een grotere blootstelling aan ozon in en dus meer kans op effect.
De Europese informatiedrempel van 180 µg/m³ voor informatie van de bevolking mag dus niet gezien worden als een effectdrempelwaarde waaronder helemaal niemand welk effect dan ook zou kunnen ondervinden. De WGO (in 1990) stelt dat de effecten bij concentraties lager dan 200 µg/m³ echter beperkt zijn in ernst, en slechts voorkomen bij minder dan 5% van de totale bevolking. Op lagere concentratieniveau’s de volledige bevolking waarschuwen is om bovengenoemde reden niet aangewezen.
Het gaat hier dus om een glijdende schaal en ietwat kunstmatig kan er van een milde respons gesproken worden bij (uurgemiddelde) concentraties van 180-240 µg/m³, een matige respons bij 240-360 µg/m³ en een ernstige respons boven de 360 µg/m³.
Een aantal voorzorgsmaatregelen kan de effecten beperken. Uit hetgeen voorafgaat is het duidelijk dat de effecten van ozonepisodes vermeden of beperkt kunnen worden door tijdens de middag of de vroege avond (12-20 uur) zware inspanningen buitenshuis te vermijden. Deze maatregelen dienen genomen te worden vanaf 180 µg/m³ door kinderen en mensen met een individuele gevoeligheid van de luchtwegen. Vanaf 360 µg/m³ dient dan de ganse bevolking deze voorzorgsmaatregelen te volgen. Indien er desondanks toch nog gezondheidsklachten optreden is het natuurlijk nuttig en aangewezen de huisarts te raadplegen, die het best op de hoogte is van de persoonlijke gezondheidstoestand van de patiënt en dus het best geplaatst is om bijkomend persoonlijk advies te verstrekken.
Verhoogde ozonconcentraties veroorzaken ook schade aan gewassen.
Ozon zal slechts schade veroorzaken als het gas de plant binnendringt. Daarvoor moeten de ozonmoleculen naar het blad worden gebracht waar ze kunnen binnendringen via de huidmondjes. Als deze gesloten zijn kan ozon niet binnendringen in het blad en kan het gas geen schade aanrichten. De huidmondjes sluiten zich vooral om waterverlies tegen te gaan. Dit brengt met zich mee dat ozon in zeer warme en droge periodes relatief weinig schade veroorzaakt.
Vooral wanneer de watervoorziening aan de wortels verhoogd wordt, samen met een verhoging van de luchtvochtigheid lopen de planten groot gevaar op ozonaantasting. Serreplanten zijn daardoor vrij gevoelig voor ozonaantasting.
Ozon tast de celmembranen aan waardoor deze gaan lekken en afsterven. Bovendien veroorzaakt ozon een oxidatieve stress binnenin de plantencellen waardoor tal van fysiologische processen worden verstoord. De plant kan zich verdedigen tegen die oxidatieve stress door stoffen te vormen die als antioxidantia ageren. Het betreft hier voornamelijk vitamine C (buitenkant van de cellen) en vitamine E (binnen de celmembraan). Beide vitamines beschermen ook de mens tegen oxidatieve stress.
De uitwerking van ozon op de vegetatie kan velerlei vormen aannemen gaande van zichtbare symptomen als spikkelingen op het blad tot onzichtbare effecten die echter economisch veel belangrijker zijn en waarbij de cellen worden aangetast zonder af te sterven. De plant verbruikt in dat geval zeer veel energie om reparaties uit te voeren. Die energie gaat verloren voor de reserveorganen en resulteert in verminderde groei en opbrengst. Chronische beschadigingen zijn dan ook in feite nadeliger dan acute.
De inwerking van ozon brengt planten tevens onder stress waardoor een verhoogde productie van etheen, een plantenhormoon, wordt veroorzaakt. Deze verhoogde etheenproductie kan zware gevolgen hebben op fysiologisch vlak. Gewassen kunnen te vroeg afsterven of afrijpen of een onnatuurlijk vroegtijdige bladval vertonen.
In functie van de bescherming van de vegetatie zijn de drempelwaarden voor ozon van zeer weinig nut. Ze zijn enkel gericht op het voorkomen van acute schade en zelfs daarvoor bieden ze weinig bescherming. De inwerking van ozon op planten is immers dermate complex (klimatologie, bodemvochtigheid, ontwikkelingsstadium van de plant, voedingstoestand, standplaats, cultuurvariëteit, enz.) dat het niet eenvoudig is daarvoor een wetgeving uit te werken.
Ozon kan ook mede de verwering van materialen (vnl. kunststoffen) veroorzaken en troposferisch ozon levert ook een bijdrage aan het broeikaseffect.
Quote selectie