Meestal komen die stoten ook niet 'alleen' maar een beetje als 'korte' impulsen snel achter elkaar. Dit trekt het gemiddelde flink omhoog. Maar eerst even iets over de manier van meten:
- De windsensor geeft elke 1/4de-seconde een waarde door. Eerst worden deze waarden gebruikt om een gemiddelde over 3 seconden (3") uit te rekenen. Dit vormt de basis voor alle herleidingen.
- Vervolgens wordt elke 12 seconden een lopend gemiddelde berekent en het hoogste en laagste 3"-gemiddelde bepaalt. De hoogste waarde wordt tot de hoogst waargenomen windstoot bestempeld.
- Het gemiddelde over 10 minuten (10') bestaat uit 2400 elkaar overlappende 3"-waarden in het gegeven tijdvak, inclusief de waarde op het waarneemtijdstip zelf.
- De hoogste windstoot is, zoals gezegd, de hoogste waarde van vijftig 12"-maxima in het tijdvak van 10 minuten (60*10/12=50).
- Uit de 12"-waarden wordt ook nog een standaardafwijking gedestilleerd, om te kijken hoe sterk de wind fluctueerde. Bij een 'strakke' wind is die variatie zo'n 1-2 m/s.
Tot slot: wat verstaan we onder het 10-minuten tijdvak? De metingen die worden toegeschreven aan een waarneemtijdstip, zijn verkregen over de periode van 5 minuten vóór het tijdstap tot 5 minuten ná het tijdstip.
Om nu dit geval even concreet te maken: rond 16.10 UTC (feitelijk 16.05-16.15 UTC) is er een windstoot (hoogste 12"-maximumwaarde) gemeten op de Houtribdijk van 35,86 m/s (129,1 km/u). Er werd een windsnelheid (gemiddelde 12"-waarden) gemeten van 26,70 m/s. De standaardafwijking was 3,44 m/s: aanzienlijk. We kunnen dus stellen dat, zoals eigenlijk wel verwacht, de wind erg vlagerig was en het 10-minutengemiddelde enorm werd opgetrokken door (vermoedelijk) een aantal korte, zeer felle windimpulsen achter elkaar, wat geresulteerd heeft in een sterk verhoogde gemiddelde wind.
Gr. Ben
Quote selectie