Ter info:
In feite zijn er twee typen wolken: stapelwolken en egale bewolking. Ik beperk me hier tot de stapelwolken. Die ontstaan doordat de lucht vlak boven het aardoppervlak wordt verwarmd. Dit komt doordat de aarde warmte uitstraalt, door verwarming van de zon. De opgewarmde lucht is lichter dan de koudere lucht daarboven, en stijgt daarom op. De stijgende luchtbel (thermiekbel) koelt echter meestal af, doordat de lucht in de omgeving kouder is.
Koude lucht kan minder waterdamp bevatten dan warme lucht. Als de luchtbel afkoelt, condenseert de waterdamp daarom op een gegeven moment. Dit is het begin van de vorming van een stapelwolk. De lucht stijgt echter verder en wordt daardoor steeds kouder. De condensatie blijft dus doorgaan. De wolk wordt op die manier steeds hoger. Die verticale uitbreiding is zichtbaar aan de bloemkoolachtige structuur van de stapelwolk.
De onderkant van de stapelwolk - de plaats waar de condensatie begon - is dus afhankelijk van temperatuur en vochtigheid. Als twee luchtbellen met dezelfde temperatuur en vochtigheid opstijgen, zullen ze op dezelfde hoogte beginnen te condenseren. Verschillende stapelwolken naast elkaar hebben daarom de onderkant op dezelfde hoogte. Deze wolken kunnen aaneen groeien tot één wolkendek. De onderkant van een wolkendek is daarom meestal vrij plat.
Door het uitgroeien van de stapelwolken in verticale richting, is de bovenkant van een dergelijk wolkendek meestal niet plat. De verschillende luchtbellen ontstaan namelijk niet allemaal op hetzelfde tijdstip. De ene heeft daarom meer tijd gehad om door te groeien dan de andere.
Soms is de bovenkant echter wel plat. Dat doet zich voor als de temperatuur op een bepaalde hoogte niet meer afneemt, maar tijdelijk toeneemt; dat heet inversie. De luchtbellen kunnen dan niet verder meer opstijgen. Verschillende stapelwolken kunnen dan zelfs uitspreiden onder zo’n inversie, waardoor de bovenkant van zo’n wolkendek vrij egaal is. Vanuit een vliegtuig of luchtballon is dat prachtig te zien.
Monique Somers
Quote selectie