Bedankt voor je uitgebreide reactie Dieter.
Met de daglichtperiode had ik rekening gehouden. Die is momenteel gelijk aan half februari. Desondanks is de lucht nu gemiddeld warmer over grote gebieden bekeken. De lucht heeft zelf op zich niet zoveel tijd nodig om af te koelen maar het is vooral de remmende werking van zeëen en oceanen. Hoeveel loopt bijvoorbeeld de 2m op het noordelijk halfrond achter op de stralingscyclus? Een maandje? en op grotere hoogten?
De SSTs lopen ruim twee maand achter op de seizoenscyclus.
De nadering van het stralingsevenwicht lijkt me een goeie verklaring. Hoewel je toch wel zou verwachten dat de tegenstraling 's winters minder is omdat het waterdampgehalte van de atmosfeer dan gemiddelde lager zou moeten liggen. Wellicht heeft dat iets met de grootschalige circulatie te maken. In de winter heeft de lucht doorgaans een zuidelijkere oorsprong. Ook al is de zuidcomponent in de aanvoer ver boven de Atlantische Oceaan te vinden dan kan dat wel van invloed zijn op het waterdampgehalte van de vrije atmosfeer in een hogedrukgebied. In de herfst is de lucht dan vaker van arctische origine. Dit zou dan een typisch West-Europese aangelegenheid zijn. In Labrador is het in januari wel duidelijk veel kouder dan in oktober, wat mede de oorzaak is van de gemiddeld zuidelijkere aanvoer.
Bovendien zou het warme zeewater juist de afkoeling boven land kunnen versterken. Boven zee stijgt de lucht meer op waardoor, ter compensatie, de lucht boven land verder daalt. Dit leidt tot een drogere atmosfeer en meer opklaringen. De stijging boven zee geeft daar juist meer neerslag zodat het netto waterdampgehalte van de atmosfeer niet stijgt. Daarnaast zorgt de zuigwerking van het warme zeewater vaker voor aflandige wind.
Verder zat ik nog aan de bodemgesteldheid te denken. Er is nu meer begroeing die de lucht van de bodemwarmte isoleert. Bomen hebben met hun blad een groter contact oppervlak met de lucht en de bladeren die al gevallen zijn zorgen voor een isolerend dekendje. Hierdoor reageert de temperatuur directer op de stralingbalans dan 's winters wanneer de bomen kaal zijn de bodem dunner bedekt. De dagelijkse gang is bij helder weer in oktober ook grote als in februari. Het bevriezen en smelten van bodemvocht remt 's winters de dagelijkse gang. Hierdoor is rond het vriespunt de dagelijkse gang doorgaans veel minder. Toen in februari 2003 de bodem sterk uitgedroogt was was er wel grote dagelijkse gang rond de vorstgrens.
Victor
Quote selectie