We hebben nu de situatie dat een depressie met kerndruk van 960-965 hPa ten noorden van Nederland, dwars over de Noordzee trekt en nog steeds hebben veel het over 'mogelijk' storm aan de kust.
Bij eerdere (zware) stormen was de kerndruk niet per se lager, en trokken vaak ook langs hetzelfde traject.
Mijn vraag is, wat had deze depressie dan nog nodig om hier een zware storm te veroorzaken, of zat deze Carmen gewoon los in haar gradientenjasje (gezegde dat ik vaak Jan Visser hoor gebruiken
)?
Natuurlijk is in een stormdepressie de luchtdruk altijd laag. Je kunt echter aan de waarde van de luchtdruk niet de windsterkte koppelen.
Wat de windsterkte bepaalt is de luchtdrukgradiënt. Daarbij speelt de dynamiek in de hogere luchtlagen een grote rol. Veroorzaakt die dynamiek bijvoorbeeld sterke drukstijgingen aan één zijde van de depressie dan zal aan die zijde het sterkste windveld, eventueel stormveld staan.
Meestal vindt die drukstijging aan de westzijde plaats. Spectaculair is wat dit betreft de storm van 1953. Vanaf 31 januari vroeg in de ochtend was ook met de toen voorhanden zijnde technieken duidelijk geworden dat aan de achterzijde van de depressie zeer sterke drukstijgingen zouden plaats vinden.
Tussen IJsland en Schotland was dat stormveld om 0 uur al volop in ontwikkeling. Midden op de dag stond er boven Schotland een orkaan met windstoten tot 180 km/uur. (zie link)
Op dat moment was de luchtdruk 500 km ten westen van Ierland gestegen tot boven 1030 hPa. De depressie had in de kern een niet extreem lage waarde iets onder 975 hPa.
Het stormveld verplaatste zich naar de Noordzee met alle bekende gevolgen.
In 1979 kregen we twee maal te maken met een depressie met sterke drukstijgingen ten noorden van ons land. Sneeuwstormen waren het gevolg. Vooral buitengaats kwam het tot volle (noord)oosterstorm. (zie plaatje). Ook hier weer geen extreem lage druk.
Groet,
Cees
Quote selectie