De luchtmassa ondergaat inderdaad grote veranderingen bij transport, zowel wat betreft temperatuur als de hoeveelheid waterdamp. Dat gebeurt door de uitwisseling van warmte en vocht tussen de atmosfeer met het land- of zeeoppervlak, door verdamping, straling en turbulentie, evenals grootschalige processen zoals opglijding en convectie, die de lucht over grote volumes doormengen. Uiteraard zorgt neerslag ook voor verandering van een luchtmassa, in het bijzonder het waterdampgehalte.
In het boekje 'Luchtsoorten en fronten' van het KNMI, uitgegeven in 1949, wordt mooi uitgelegd wat een brongebied is, hoe een luchtmassa ontstaat en transformeert. Een aantal citaten:
,,Ontstaan en transformatie van luchtsoorten gaan meestal gepaard met veranderingen in de temperatuur en het waterdampgehalte der lucht. De temperatuurveranderingen geschieden onder invloed van straling, geleiding, turbulentie en convectie; de veranderingen in het waterdampgehalte treden op onder invloed van diffusie, turbulentie en convectie''.
,,Een brongebied moet aan twee eischen voldoen:
1. het aardoppervlak dient homogeen te zijn,
2. de lucht dient minstens eenige dagen boven dity homogene aardoppervlak te vertoeven.
1. Homogeniteit van het aardoppervlak bestaat alleen in gebieden, waar de gesteldheid van het aardoppervlak uniform is en waar, gedeeltelijk in samenhang daarmede, de aardoppervlakte-temperatuur overal ongeveer dezelfde waarde bezit. Hieruit volgt, dat een brongebied zich òf uitsluitend boven zee òf uitsluitend boven land moet bevinden.
(..)
2. De lucht kan slechts dan voldoend langen tijd, dus minstens eenige dagen, boven een der hierboven genoemde gebieden vertoeven, wanneer:
a. zich boven dat gebied een stationnair hooge-drukgebied (maximum) bevindt,
b. zich boven dat gebied een stationnair lage-drukgebied (minimum) bevindt,
c. het gebied zich over een zeer grooten afstand uitstrekt en de lucht zich min of meer evenwijdig aan de isothermen van het zeewater of van het landoppervlak verplaatst.''
Aan de hand van figuur 2 valt het volgende op te merken. Equatoriale lucht dringt nimmer tot Nederland door. Tropische lucht, die West-Europa bereikt, is vrijwel altijd een overwegend warme massa. De maritiem-tropische lucht is over het algemeen zeer vochtig, omdat zoowel haar brongebied als haar weg van maritiem karakter zijn. (..) Maritiem-polaire lucht, die des winters binnenvalt, is een overwegend warme massa. De continentaal-polaire lucht, die altijd uit het Oosten komt, treft in den winter ten onzent meestal een minder koud oppervlak aan en is dan dus een overwegend koude massa. Maritiem-arctische lucht fvalt ons land meestal bij krachtigen tot stormachtigen noordwestelijken of noordnoordwestelijken wind binnen, in het bijzonder in den winter en het voorjaar. Continentaal-arctische lucht bereikt Nederland uit het Oosten of Noordoosten en brengt de grootste winterkoude met zich mede. Arctische lucht, die West-Europa bereikt, is vrijwel altijd overwegend koude massa.
Hierbij een mooie tabel van de benaming van de luchtmassa volgens geografische classificatie, de invloed die zij onderweg beleeft en het brongebied.
| Invloed van den weg |
Benaming volgens |------------------------------ | Brongebied
geografische | Oppervlakte- | Oppervlakte- |
classificatie | gesteldheid | temperatuur |
---------------------------------------------------------------------------------------
| mTL | mTL (WM) | Subtropisch hooge-drukgebied
| | | van den Atlantischen Oceaan
TL | | | (Azoren)
| cTL | cTL (WM) | Noord-Afrika
| | |
| mPL { | mPL (KM) | Noord-Atlantische Oceaan
PL | { | mPL (WM) | Noord-Atlantische Oceaan
| | |
| cPL { | cPL (KM) | Rusland
| { | cPL (WM) | Centraal- en Zuid-Rusland
| | |
AL | mAL | mAL (KM) | Groenland, Spitsbergen
| cAL | cAL (KM) | Nova Zembal, Karische Zee
Hieronder vind je nog een aantal figuren uit het boekje, die behulpzaam kunnen zijn. De laatste figuur laat zien, hoe de luchtmassa's geclassificeerd kunnen worden, als zij de zuidelijke Noordzee hebben bereikt.
Gr. Ben
Fig 1. De gemiddelde ligging van de brongebieden op het noordelijk halfrond:
Fig 2. De lokale classificatie voor de zuidelijke Noordzee en het Kanaal
Quote selectie