het is zeer simpel en meestal geldt:
lage dauwpunten = droge lucht = lage neerslag(sneeuw) kansen
relatief hoge dauwpunten = hoge Tw = meer kans op neerslag (maritiem karakter) maar vaak te zacht voor sneeuw
beiden werken elkaar tegen...
veel sneeuw op veel plaatsen (ook westelijke gebieden heb je)
a: als de luchtmassa zo koud is dat zelfs bij aanlandige wind de temps koud genoeg zijn, of wanneer trogjes even voor een windkrimping zorgen zodat de neerslag valt bij aflandige wind om doorgaans daarna snel weer aanlandig te worden
b: in zeldzame situaties waarbij significante sneeuw valt bij continentale aanvoer, dus meestal bij reeds koude bodem en vrieskou, en een depressie die onder de lage landen doortrekt.
Weerkunde kan soms bijzonder simpel zijn...
Quote selectie