Licht wisselvallig weer, gematigde temperaturen.
De termijnkaarten hebben wat ambivalents in zich. In de GFS-runs zie je af en toe neiging tot hogedruk op frisse noordelijke stekken. In een bepaald opzicht doet mij dat wat denken aan 1978.
1978 was een koele, licht wisselvallige zomer aan de droge kant. Er was dominantie van UK-hogedruk. Buisman rekent 1978 tot de meridionale zomers en samen met 1977 en 1954 noemt hij het een voorbeeld dat zo'n meridionale zomer dus niet persé gunstig voor ons hoeft uit te pakken. Neen, als een depressie stagneert of retrograde bewegingen gaat maken, dan kan je van een koude kermis thuis komen.
Ook in 1978 was het tot in deze fase van juni zeer droog. Op het Kampereiland was vanaf 1 april, dus over een periode van tweeëeneenhalve maand niet meer dan 44 millimeter gevallen; dit gebied was met een strook in Zuidwest-Friesland het droogste van het hele land. Maar rond de langste dag in 1978 kwam de verandering en kregen we te maken met een regelrechte zomerinzinking.
Over die ambivalentie van 1978: In de algemene circulatie was toen in het voorseizoen overeenkomst met onder meer 1911 vastgesteld, het jaar van de befaamde droge en warme zomer! Maar vóór die grote warmte van 1911 losbrak, was er sprake geweest van veel koeler omstandigheden. De nadruk van zomer 1911 lag op de 2e helft.
Toch iets om in de gaten te houden, die ambivalentie. Zou het dan toch zo zijn, dat er sprake is van een alles of niets situatie? En dat het er straks op aankomt, welke kant het dubbeltje omvalt? Zouden al die lieden die ons nu al wekenlang een zinderende zomer verkondigen wel degelijk gelijk gaan krijgen?
Ik geloof er niet in; ik houd vast aan het al vaak uiteengezette stramien van de anti-zomer. Maar ik wou het als aantekening wel even meegeven.
Quote selectie