Mol
Klasse: Mammalia (zoogdieren)
Orde: Insectivora (insektivoren)
Familie: Talpidae (mollen)
Geslacht en soort: Talpa europaea ( gewone mol)
Kenmerken
Insekteneter met gedrongen, cilindervormige romp, gaat zonder een herkenbaar halsgedeelte over in een kleine kop. Ze hebben een spitse snuit. Ogen en oren zijn nauwelijks te zien omdat ze diep in de huid liggen. De mol heeft spitse tanden, een kenmerk van insecteneters. De vacht van de mol is zacht en fluwelig en donker van kleur. Daardoor blijven er geen gronddeeltjes en water op de vacht liggen. De haren hebben geen vaste strijkrichting, hierdoor kan het dier zich moeiteloos voor- en achteruit bewegen. Het lichaam rust op vier poten. De voorste poten worden gebruikt om te graven. Boven- en onderarm zijn maar heel kort. Ze verdwijnen volledig in het lichaam, alleen de handen steken onder de vacht uit. Ze staan loodrecht op de zijkant van het lichaam. De brede "handpalmen" zijn daarbij naar achteren gericht. De voorvoeten hebben 5 tenen, die door vliezen met elkaar vergroeid zijn, en een extra halvemaanvormig beentje. De achterste ledematen zijn kleiner dan de voorpoten.. De bek en de gehoorgangen worden afgesloten door een huidplooi.
Biotoop:
Overal, waar de mol een vochtige en losse bodem aantreft, zoals in akkers, weiden en tuinen, legt hij dicht onder de oppervlakte een groot aantal gangen aan.
Verspreidingsgebied:
Europa en een groot deel van Aziƫ
Lengte Tot 13 cm lang, en een knotsvormige staart van 3 cm. Het wijfje is wat kleiner dan het mannetje.
Paartijd Eind maart, begin april
Aantal jongen Na 6 weken worden er 2 tot 7 jongen blind en naakt geboren. Na 5 weken verlaten ze het nest.
Leefgewoonte:
Komt zelden boven de grond. De mol kruipt meerdere malen per dag door zijn gangenstelsel omdat ze in de gangen hun voedsel zoeken. Zijn eigenlijke woning, een vrij grote ruimte, ligt onder een grotere hoop aarde. Deze is bekleed met gras, bladeren of mos. De ruimte ligt niet in de buurt van de jachtgangen. De behuizing is verbonden met vaste gangen.
Zeer veel activiteit in het herfstseizoen is gebruikelijk als deze periode zeer nat verloopt. Ook kan dit een indicator zijn voor een snel invallende winter.
Aan het begin van de winter trekt de mol zich terug in diepere lagen van de aarde die nog vorstvrij zijn.
Gemiddelde Leeftijd: 3 jaar
Voedsel:
Het voedsel bestaat overwegend uit regenwormen, insecten en insectenlarven die hij onder de grond vindt. 's Nachts komt hij soms boven, op zoek naar slakken en ander kleine dieren. Muizen vormen een welkome afwisseling.Voor de wintertijd legt hij een voorraad wormen aan, hij verlamt de wormen door ze in de zenuwstreng te bijten.
Quote selectie