De Nederlandse definitie is: een reeks van minimaal vijf ijsdagen, waarvan drie met strenge vorst.
De Belgische definitie is: een reeks van minimal vijf vorstdagen, waarvan drie tevens een ijsdag zijn
Voor beide definities valt iets te zeggen. De Nederlandse definitie is, analoog aan de hittegolf maar inhoudelijk zonder enige relatie, opgesteld voor een herhalingstijd van eens per 3 jaar. Door de opwarming komen koudegolven inmiddels veel minder voor, hittegolven echter vaker.
In totaal zijn er, volgens de Nederlandse definitie, 30 koudegolven geweest sinds 1910 in De Bilt. De laatste was 31 december 1996 t/m 11 januari 1997, met een koudeproductie van 85,8 Hellmann punten.
Volgens de Belgische definitie zijn er reeds 110 koudegolven geweest sinds 1910. De laatste was, vóór de huidige winter, tussen 8 februari 2010 en 17 februari 2010. De koudeproductie was 23,6 Hellmann punten.
Een andere vergelijking: bij de Nederlandse definitie was de gemiddelde koudeopbrengst 67 Hellmann punten, bij de Belgische definitie was dat 51 punten. Voor een koudegolf van de Nederlandse definitie moet de koudeproductie dus (gemiddeld) minstens 30% hoger uitvallen. De vraag is dan: welke definitie past beter bij het gevoel dat het woord 'koudegolf' opwekt? De 'zachtste' koudegolf volgens Nederlandse definitie leverde 26 Hellmann punten op (2 t/m 6 maart 1971), de zachtste volgens Belgische definitie slechts 7 punten (12 t/m 18 december 1940).
Gr. Ben
Quote selectie