Typisch weer bij een noordstroming is de afwisseling van trogjes en trekruggen, een afwisseling van een warmsector met oplopende temperaturen, neerslag die in eerste instantie regen (soms ook sneeuw indien de warmsector op een aanwezige koude plaklaag stoot, betere kansen dus voor het binnenland), daarna bij het koufront en na het koufront in de buien droge sneeuw, vooral in kustregio's, dan gevolgd door een trekrug die hier en daar diepe minima kan brengen, tot het volgende trogje zich aandient. In een warmsector kan de temperatuur tijdelijk tot 2/6 (binnenland/kust) graden oplopen, in de koudesector overdag rond of net boven nul, in de nacht lichte tot matige vorst. Indien er laagjes met aparte kernen ontstaan wordt het een stuk complexer. Dan is de temperatuur spread heel groot.
mvg,
Dieter
Quote selectie