Een wervel is een lagedrukgebied. Boven de noordpool ontstaat door de natuurlijke afkoeling in de loop van het winterseizoen een sterk lagedrukgebied in de stratosfeer. Hoe kouder de stratosfeer, hoe sterker die poolwervel, hoe moeilijker het is om die stratosferische poolwervel uit evenwicht te brengen. Bij een sterke stratosferische poolwervel versterkt meestal ook de westcirculatie op lager niveau (100, 200, 300, 500 hpa niveau). Je ziet dan heel laag geopotentiaal in een groot gebied boven de zestigste breedtegraad. Dit is de normaaltoestand.
Er zijn twee manieren om die op te heffen. De troposfeer kan zich van de stratosfeer ontkoppelen, indien de meridionale impulsen in de troposfeer abnormaal sterk zijn en voortdurend nieuwe blokkades opwerpen, die probleemloos de draaiimpuls vanuit de stratosfeer weerstaan.
De tweede manier gebeurt via de major warmings. Hier warmt de stratosfeer plotseling op; de stratosferische poolwervel hoog in de atmosfeer breekt; er onstaat centraal een hogedrukgebied, waardoor het windpatroon helemaal omkeert. Deze anomalie heeft dan de neiging zich naar de onderste etages van de atmosfeer te verplaatsen. Plots onstaan er ook in de troposfeer boven de zestigste breedtegraad hogedrukgebieden. De troposferische poolwervel (het gebied met laag geopotentiaal dat zich normaal gezien boven de Ijszee, de Labrador en Groenland bevindt wordt dan zuidwaarts weggedrukt of in stukken gereten). De straalstroom gaat meanderen of een uiterst zuidelijke koers varen. Gematigde breedtes kunnen dan onder invloed van zeer koude arctische luchtmassa's komen.
mvg,
Dieter
Quote selectie