Stel nu dat we weer een cluster winters van het type uit de jaren 40 krijgen. Dan mag je verwachten dat de dertigjarige wintergemiddelden weer duiken. Dertigjarige gemiddelden vertonen sterke schommelingen. Ik heb de hele reeks voor Ukkel uitgezet en wat ik daar uit leer is de dwaasheid om een dertigjarig gemiddelde uit een periode van dertig jaar voor de huidige waarnemingen als vergelijkingsbasis te nemen. Dat houdt minder steek dan een honderdjarig gemiddelde dat schommelingen door weerinvloeden uitmiddelt. Ik vind een lange waarnemingsperiode statistisch veel robuuster. En het helpt om records meer in perspectief te zien.
mvg,
Dieter
M.i. het dilemma van de klimatologie: te korte periode laat te veel ruis zien; te lange periode ziet de verandering niet die nu toch op korte termijn lijkt plaats te vinden.
Misschien heb je gelijk en laat een 30-jarige periode ruis zien die wij voor een klimaatverandering aanzien.
Neem je 100 jaar, wat doe je dan na 10 jaar? 10 jaar opschuiven? Dan stel je de laatste tien jaar in de plaats van een decade van 100 jaar geleden. In feite deel je die verandering door 10.
Het gevolg is dat je iets ziet van de verandering over 100 jaar maar de veranderingen op kortere termijn, bv 30 of 50 jaar mist.
groet,
Cees
Quote selectie