Een woord van dank...

Bericht van: Mathijs (Nieuw-Roden) , 08-02-2011 20:48 

Stukgelezen heb ik het boek Bar en boos van J. Buisman, over zeven eeuwen winterweer in de Lage Landen, me verliezend in de beschrijvingen van de majestueuze winters van 1709, 1740, 1789, maart 1845 (gemiddelde van -2,3°C!), 1890, 1963 en van die winter tergend kort voor mijn bewust ontwaken: 1979. Ik was toen twee en moet het dus doen met de verhalen van mijn ouders: de dikke ijzel die maakte dat de kinderen op de straat voor ons naar school schaatsten. De ijskoude noordooster die rond de jaarwisseling door onze krakkemikkige verbouwde boerderij woei. De slaapkamer waar mijn pasgeboren zusje lag en waar de temperatuur met veel moeite net boven nul te houden was. De metershoge sneeuwduinen in februari, waardoor we volledig geïsoleerd kwamen te zitten. Ik heb het zelf allemaal net gemist.

Voor mij begint het echte winterweer met die prachtige vorstperiode van januari 1985. In mijn herinnering gaf het weerbericht op het jeugdjournaal wekenlang temperaturen aan van -12°C ’s nachts en -6°C overdag. Later heb ik wel gezien dat het niet zo constant zo koud was, maar zo heel ver bezijden waarheid was die herinnering toch ook weer niet. Waarschijnlijk was het in die weken dat ik eens in het bekertje water naast mijn bed ’s morgens vroeg alleen nog een ijsklomp trof (we woonden nog steeds in hetzelfde krakkemikkige huis). Aan het begin van die vorstperiode hoorde ik ook voor het eerst over de Tocht der Tochten. De koorts sloeg meteen toe en toen ir. Jan Sipkema op 20 januari bekende maakte dat invallende dooi de Tocht onmogelijk maakte was hij niet de enige die hiervan tranen in zijn ogen kreeg… Dat de tocht later in februari toch nog doorging was niet minder dan een wonder (de lichte motregen die al bij de start viel deed hier overigens wel een beetje afbreuk aan).

Een jaar hierna kwam die prachtige gortdroge februarimaand van 1986 (ik had als klein jongetje toen mijn eigen weerstation en heb in die maand geen drup neerslag geteld). Wat ik me ook nog meen te herinneren van dat jaar was dat ik op 1 april nog op het ijs stond. Weliswaar onder een laag water op een ondiep (maar voor zonneschijn onbereikbaar) slootje, maar toch.

Januari 1987 was natuurlijk de maand met de echte grote Kou. Ook mij staat de 14e van die maand nog helder voor de geest. De bulderende oostenwind waartegen we aan het eind van die woensdagochtend van school naar huis moesten fietsen en het bericht dat we toen hoorden dat gewaarschuwd werd binnen te blijven. Maar haast sterker dan de herinnering aan deze koude is de herinnering aan de teleurstelling de dag erna. Of het ook de officiële verwachting was weet ik niet meer, maar de mijne was het zeker: de kou zou net zo hevig zijn, zo niet heviger dan de dag ervoor. Groot was dan ook de domper dat de thermometer in de middag “slechts” -4°C. bleek aan te wijzen. Ook toen al kon er van kou nooit genoeg zijn.

Dan de grijze jaren die volgden. Tussen ’87 en ’91 slechts één schaatsdag, zondag 3 december 1989 (geweldig dat je tegenwoordig binnen een paar tellen aan de hand van de weergegevens van een dag kan controleren of een herinnering betreffende die dag kan kloppen of niet).

Tot vrijdag 1 februari 1991. Ik herinner me nog dat thuiskomend van school mijn moeder vertelde dat de voorspellingen die ochtend met het uur kouder werden (zal wel niet helemaal op die manier zijn gegaan..) en dat er een koudegolf aankwam. Opnieuw overigens ook de herinnering aan de teleurstelling over een krantenbericht waarin stond dat het over een week waarschijnlijk ook weer wat minder koud zou worden… Het waren uiteindelijk twee prachtige weken, met veel schaatsen en afgesloten met een dik pak sneeuw op de 15e.

Dan nog de stralingskou van eind december ’92 en begin januari ’93: een verstild, wit berijpt landschap bij zonsopkomst (voor mij misschien wel het mooiste winterse plaatje) en een winter later vroege novemberkou en de late vorstinval op zondag 13 februari (waarvan de komst pas kort daarvoor opgemerkt was, ik geloof dat op donderdag de laatste drie dagen op tt704 opeens op zwart gingen omdat het verwachte doorgaan van het zachte weer zo onzeker was geworden).

De grote winters van midden jaren negentig volgden. Eerst natuurlijk die eindeloze winter van 1996. De frustratie dat ondanks alle ijstransplantaties de Elfstedentocht net niet doorging. Een frustratie die werd vergroot doordat Henk Kroes op vrijdag 9 februari (na een nacht met in Twente -21,0°C) meldde dat de Tocht op die dag eigenlijk toch wel verreden had kunnen worden. Een dag later viel de dooi in. Echt over was de winter toen nog steeds niet. Flinke sneeuwval en een koude maartmaand (Twente op 13 maart een maximum van 0,0°C) volgden nog, maar het Elfstedenparcours kwam niet terug op het niveau van 9 februari.

De drieweekse kou van december 1996 en januari 1997 was natuurlijk korter, maar intenser en leverde daarom ook wel een Elfstedentocht op. Ik denk nog regelmatig terug aan de heroïsche tocht van een vriend van mij. Weliswaar behept met een goede basisconditie, maar ook met nauwelijks schaatskilometers in de benen reed hij daags voor de officiële tocht op zijn eentje de 200 kilometer. Na onder andere 100 km ploeteren tegen de harde noordoostenwind in moest hij bij aankomst in Leeuwarden (na zo’n 20 uur schaatsen) de auto in gedragen worden.

Vervolgens een langdurig zwart gat. Dat zal misschien te maken hebben gehad met een wat afkalvende belangstelling voor winterweer (na jaren het weer te hebben bijgehouden was ik daar in 1996 mee gestopt), maar toch ook zeker door de troosteloze winterjaren die volgden. De pluim had ik inmiddels wel ontdekt en bekeek ik dan ook dagelijks, maar hoewel de vooruitzichten af en toe aardig waren leidde het meestal tot niets. Ik weet dat de winter van 2003 toch aardig wat kou geproduceerd heeft, maar in mijn geheugen is ze samengesmolten met al het grijze weer in de winters er omheen.

Winter 2005 leek hier geen uitzondering op te zijn. Toen we eind februari op wintersport gingen werd er weliswaar in die week in Nederland kouder weer met kans op wat sneeuw voorspeld, maar echt serieus leek het allemaal niet. En het was ten slotte ook al bijna maart. Groot was dan ook de schok toen de berichten uit Nederland in die week binnendruppelden: een halve meter sneeuw in Friesland en -20,7°C in Marknesse. Kortom, het meest spectaculaire winterweer in bijna tien jaar tijd was aan mijn neus voorbijgegaan. Het zou nog een paar jaar duren voor ik een herkansing kreeg…

2009 was een leuk voorproefje. Weliswaar lag de hogedrukas vaak frustrerend zuidelijk, zodat wij in het noorden regelmatig bedeeld werden met wolkenvelden en tegenvallende vorst, maar een serieuze prik was het en geschaatst worden kon er gelukkig wel.

Dan 2010. De winter die het enthousiasme uit mijn jeugd daadwerkelijk terug deed keren (compleet overigens met de bijbehorende teleurstellingen, want hoe mooi de winter ook was, virtueel was ze nog veel beter; de dompers van begin en eind januari staan me nog helder voor de geest). Qua sneeuw kreeg ik eindelijk de herkansing voor 2005. In de nacht van 17 december heb ik nauwelijks een oog dicht gedaan. Elk half uur weer even kijken of hij echt was, de sneeuw die viel. Hij was echt. Het laagje op het dak werd dikker en dikker en toen er in de vroege morgen zo’n 20cm bleek te liggen was dat zonder meer de dikste Nederlandse sneeuwlaag die ik meegemaakt had sinds minstens 1997. Dat de radar vervolgens aangaf dat er nog veel meer sneeuw zou vallen maakte het helemaal onwerkelijk.

Mijn enthousiasme in die wintermaanden van vorig jaar deed me ook op Weerwoord belanden. En daar zag ik dat de afwijking uit mijn jeugd die nu zo opgevlamd was, vaker voorkwam. De passie voor winterweer die uit vele berichten sprak kwam mij o zo bekend voor. Het was in zekere zin of ik eindelijk was thuisgekomen. Al die jaren heb ik eigenlijk nooit begrepen wat het toch is dat winterweer in mij losmaakt. Is het nostalgie naar de barre winters uit mijn jeugd? (ik ruik nog de vaseline die mijn moeder op onze gezichten smeerde tegen de schrale oostenwind als we gingen schaatsen). Is het dat gevoel van tevredenheid dat de natuur in sommige situatie de mens nog de baas kan zijn? Of is het simpelweg de schoonheid van het zeldzame? Hoe het ook zij, dankzij dit forum heb ik kunnen zien dat ik niet de enige ben die de winter in zijn hart meedraagt.

In de huidige winter heb ik behalve van het winterweer ook weer volop genoten van de discussies over de verschillende runs, me herkend in het zoeken naar sprankjes hoop op winterweer en ben geleidelijk aan ook zelf verslaafd geraakt aan het volgen van de laatste weerkaarten. Een ervaren kaartenlezer ben ik nog niet, maar jullie verstandige (en soms minder verstandige, maar altijd lezenswaardige) commentaar hierop traint me hierin langzamerhand wel. Bovenal is het echter prettig om te verkeren tussen mensen die winterweer op haar waarde weten te schatten. Dank daarvoor!
Bericht laatst bijgewerkt: 08-02-2011 21:19

Een woord van dank...   ( 603)
Mathijs (Nieuw-Roden) -- 08-02-2011 20:48
suggestie   ( 252)
sebastiaan (bussum) -- 08-02-2011 21:08
Re : suggestie   ( 142)
Mathijs (Nieuw-Roden) -- 08-02-2011 21:13
Re : Een woord van dank...   ( 153)
Michel (De Bilt) ( 4m) -- 08-02-2011 21:16
Re : Een woord van dank...   ( 94)
Enduk (Kampen) -- 08-02-2011 21:41
Re : met de vele diep winterse ervaringen mag jij   ( 83)
Tinus Lichtenvoorde ( 20m) -- 08-02-2011 21:47
  Leuk stuk en herkenbaar  
Justin (noordeloos) ( -2m) -- 08-02-2011 21:42
  +1  
Erik (Veendam) -- 08-02-2011 22:26
🙂 en jij bedankt voor het plaatsen van   ( 44)
Hans (Eindhoven) ( 17m) -- 09-02-2011 00:39