Vandaag is het 11 februari, de dag waarop ik 55 jaar geleden opzettelijk onderuit ging op het ijs. Ik heb een terugblik geschreven op februari 1956, met een paar herinneringen, aangevuld met veel andere gegevens waaronder twee originele KNMI-kaarten
Veel leesplezier.
Terugblik op februari 1956.
Die geweldenaar onder de februarimaanden heb ik bewust meegemaakt als kind van 9. De herinnering zijn niet zo scherp als ik zou willen en aantekeningen uit die tijd heb ik niet. Een paar details blijven altijd hangen en aan de hand van de historische kaarten van Wetterzentrale en van het KNMI kan ik nog wel een paar gebeurtenissen plaatsen.
Als kind was ik natuurlijk al dol op winterweer, evenals mijn broer die bijna drie jaar ouder is. Ik herinner me een uitspraak van hem ergens in het midden van januari 56: het zal wel weer zo’n kwakkelwinter worden. Overigens hadden we in 1954 een fantastische schaatswinter gehad en dat moet de winter geweest zijn waarin ik heb leren schaatsen. In 1955 was er minder te schaatsen maar in februari viel er veel sneeuw, die lang bleef liggen dankzij een forse partij maritiem-arctische lucht die in onze streken werd geparkeerd voor een weekje.
Op 30 januari 1956 wisten meteorologen waarschijnlijk al dat er een stunt in de lucht hing.: een krachtig hogedrukgebied ontwikkelde zich op de juiste plaats (Nova Zembla-Finland-Scandinavië), met de juiste oriëntatie, de juiste voorgeschiedenis (veel sneeuw tot aan onze grens) en de juiste omgeving (laag boven Rusland en Turkije): een geweldige partij ijskoude lucht uit Noord Siberië en het noorden van Europees Rusland kwam in beweging richting het zuidwesten. Nog steeds verbazen mij de weerkaarten uit die dagen.
Wij merkten die dag, 30 januari, dat het begon te vriezen; in De Bilt ging de temperatuur om 6 uur in de ochtend onder 0 en bij ons in Voorburg zal dat om een uur of acht geweest zijn. Het kwik ging de hele dag gestaag naar beneden tot ongeveer -5 tegen middernacht bij aantrekkende oostenwind met een maximaal uurgemiddelde van windkracht 5. De weerberichten gaven toen al een sterke toename van de vorst aan. (zie weerkaart met bericht) Behoorlijk koud dus al die dag en uitzicht op zeer koud weer met veel wind.
Het vervolg was spectaculair: een kleine depressie deed de druk in het Middellandse Zeegebied verder dalen en het hogedrukgebied zakte iets naar het zuiden. De koude lucht werd in een krachtige stroom meegenomen, regelrecht naar Duitsland, de Benelux en Frankrijk. Alles viel voor een keer precies op de goede plaats, waardoor zich een ongekende transportkou ontwikkelde in onze omgeving.
De volgende dag, dinsdag 31 januari 1956 begon al bitterkoud. Dikke ijsbloemen op de ramen en de hele dag windkracht 6 uit het oosten. In De Bilt in de vroege ochtend -9 en een slechts heel weinig oplopende temperatuur, tot -6,9 om 14 uur. Daarna ging het weer snel omlaag tot -12,9 om middernacht; nog steeds een doorstaande windkracht 5 uit het oosten. Buiten was het slecht toeven, binnen brandde de kolenkachel die ook deze kou nog wel aan kon.; dat wil zeggen: in de woonkamer. Op de slaapkamers op de bovenverdieping was het koud. Wij volgden met spanning de weerberichten en zagen de ijsbloemen op de ruiten ook overdag aangroeien.
Mijn herinnering is vaag aan de dagen. Wel voel ik nog iets van de opwinding over zo veel kou: de eerste nacht -7 en de tweede al -14; dat was wat ons in het westen ten deel viel. Bitter koud was het die 1e februari met maxima beneden -10 waarbij de wind was afgenomen tot kracht 4. Op 850 hPa werden extreem lage temperaturen gemeten van ongeveer -20; op het 500 hPa-vlak daalde de temperatuur tot ongeveer -40.
De nacht erop beloofde nog kouder te worden; op veel plaatsen in het land vroor het om middernacht al zeer streng: beneden -15. Ik herinner me dat mijn vader in die winter vaak de waterleiding afsloot; iets wat ik mij van andere winters, ook 1963 niet herinner. Het moet 1 of 2 februari geweest zijn dat dit voor de eerste keer gebeurde. Beneden in het halletje onder aan de trap van ons bovenhuis werd een luik in de vloer gelicht. Daaronder bevond zich de watermeter en de afsluitkraan, die m’n vader in de avond sloot. Ik zie het nog voor me; het was een spannend gebeuren, want je besefte wel dat dit barre weer ons rampen kon brengen.
Vanaf 3 februari werd het milder bij een naar noord krimpende wind. Op 3 februari dooide het licht in de middag, maar in de avond kwam het al weer onder 0. Er volgden een paar dagen met meest lichte vorst. Op de 8-ste dooide het weer even licht in de middag, maar een nieuw krachtig hogedrukgebied met kern bij Nova Zembla met een uitloper over Scandinavië en de Britse eilanden bracht een nieuwe hoeveelheid zeer koude lucht in beweging, vanuit Noord Rusland in de richting van west Europa. Wij merkten dat op donderdag 9 februari al: het vroor weer de hele dag matig bij matige noordoosten wind. En dat bleef zo de dagen daarna.
Toen kwam die zaterdag 11 februari, waar ik een sterke herinnering aan heb. Mijn vader ging met ons schaatsen op zaterdagmiddag (in de ochtend werd toen nog gewerkt). Het is waarschijnlijk op de Schenk bij Den Haag geweest. Het was tamelijk bewolkt en er stond een forse noordoostenwind, kracht 5 tot 6, en de temperatuur was laag: van -10 in de vroege ochtend tot -6 in de middag. Dat heb ik geweten, wat schaatsen in de wind is, als negenjarige op mijn friese doorlopers. In mijn beleving heb ik nooit meer zo geploeterd tegen de wind in als op die dag. Misschien wel een uur lang ging het tegen de wind in, maar met het vooruitzicht straks met de wind mee te mogen! Ook herinner ik mij hoe we onder een brede (voor de schaatser lange) en lage brug door gingen. Ik vond dat wel een beetje beangstigend, maar mijn vader had alle vertrouwen in het ijs dat door die vorst met wind in twee fasen moest zijn opgebouwd.
Eindelijk was het zo ver: we gingen terug! Nog nooit had ik zoiets meegemaakt: op de krachtige wind in de rug ging het vanzelf. Je hoefde alleen te gaan staan en daar vloog je over het ijs. De euforie bleek van korte duur toen ik me afvroeg hoe ik nu moest stoppen; een goede remtechniek had ik nog niet. Wat nu? Ik kon toch niet door rijden tot ik ergens tegenop zou knallen? De oplossing was simpel en doeltreffend, al moet ik zeggen dat ik niet weet of ik die zelf bedacht had: ik liet me gewoon vallen. Enfin, de rest van het verhaal is kort, want in een mum van tijd waren we weer terug, zij het met wat voorzichtiger rijden.
Van de rest van de winter herinner ik me vooral de sneeuw en de klimmende februarizon daarop: dagenlang schitterend weer boven een dik sneeuwdek. Veel sneeuw viel er in het midden van de maand, toen een depressie via Scandinavië doorbrak naar het zuiden. Van 15 tot 20 februari opnieuw een paar maal zeer strenge vorst met uiteraard weer hetzelfde ritueel van waterleiding afsluiten. Na vier weken kwam er een eind aan deze ongekend koude februariwinter. We kennen inmiddels de cijfers: een extreem koude februari met in De Bilt een gemiddelde van -6,8 (9,8 onder normaal). In De Bilt 18 dagen met strenge vorst, waarvan 13 op rij van 14 t/m 26 februari. Op 11 dagen werd zeer strenge vorst gemeten, wat in ons klimaat een unicum is voor een maand. De laagste temperatuur was -21,6 op 16 februari.
Zelfs Vlissingen kreeg16 keer strenge vorst waarvan13 etmalen achtereen; daarbij twee maal zeer strenge vorst. Het record voor Vlissingen kwam op -19,6 dat werd gemeten op 21 februari. De laagste temperatuur werd op 16 februari gemeten: -26,8 in Uithuizermeden. De op één na laagste officieel gemeten waarde in Nederland.
Bron weergegevens: KNMI
Tenzij anders vermeld: temperaturen gelden voor De Bilt.
Hieronder kaartjes en weerbericht van maandag 30 januari. Aan het eind van het weerbericht is met enige moeite de verwachting te lezen dat de vorst wel langer zal aanhouden.:)
Hier de kaart van zaterdag 11 februari om 12 uur (UTC). Bij ons nog een stevige noordoostenwind, maar depressies zijn al vanuit het noorden onderweg en zullen ons de volgende dagen veel sneeuw brengen.

Groet,
Cees
Quote selectie