METEOVISTA LENTEVERWACHTING 2011: ZONNIGE LENTE ROND DE NOORDZEE
SAMENVATTING
Nederlanders, maar ook Belgen, Britten en Duitsers kunnen dit jaar uitzien naar een lente
met relatief stabiel weer, relatief weinig neerslag en relatief veel zon. De gemiddelde
temperatuur zal naar verwachting weinig afwijken van normaal.
Koel oceaanwater rond de Britse Eilanden en de Noordzee tot aan de Golf van Biskaje en de
Azoren maakt een noordoostelijke uitbouw van het Azorenhoog aannemelijk. Dit vergroot
de kans op stabiel weer in de lage landen, alhoewel een dominante westcirculatie
waarschijnlijk niet zal worden doorbroken, mede omdat de depressieactiviteit ter hoogte
van IJsland, door resterend relatief warm water aldaar, naar verwachting relatief hoog blijft.
Terwijl het rond het Noordzeebekken relatief droog is, houdt Scandinavië met een krachtiger
westelijke aanvoer vrij wisselvallig weer. Door tijdelijke schommelingen in de drukverdeling
is het aannemelijk dat uitlopers van fronten van depressies die ter hoogte van Scandinavië in
oostelijke richting passeren, zo nu en dan tot over de Noordzee reiken. Met name de
maanden maart en april zullen in geheel West-Europa desondanks naar verwachting relatief
droog zijn.
Vrij koud oceaanwater en een hoog aantal zonuren houden elkaar tijdens de lentemaanden
nog in evenwicht. Wel is het aannemelijk dat door daling van het bodemvochtgehalte met
een zonnige lente de basis wordt gelegd voor een warme start voor de zomer – en dus
bovengemiddelde temperaturen in de maand juni.
Mechanisme
De oorzaak is een Atlantisch na-ijleffect van de aanhoudende La Niña, die daarmee ook een
stempel op het Noordwest-Europese lenteweer drukt.
Het mechanisme ligt in de zogeheten Western Hemisphere Warm Pool (WHWP). Koud
water in het oostelijk deel van de Grote Oceaan (karakteristiek voor La Niña) zorgt voor
hogedrukblokkades en afnemende Atlantische passaatwinden. De normale opbouw van
tropisch warm water in het Caraïbisch Gebied en de Golf van Mexico wordt hiermee
verstoord, waarna ook daar het water relatief koud wordt. Aangezien deze regio het
brongebied vormt voor de Atlantische Golfstroom krijgt vervolgens ook West-Europa relatief
koud zeewater.
Het koudere water op zich kan zich al vertalen in een toename van zonnige weerscondities,
met relatief lage luchtvochtigheid en een stabiele atmosferische opbouw.
Omdat in de verdere Noord-Atlantische Oceaan echter nog veel relatief warm water resteert
zijn de regionale verschillen in temperatuuranomalie groot. Dit kan bijdragen aan een
versterking van de normale Atlantische drukverdeling (en positieve NAO), waarbij het
Azorenhoog wordt uitgenodigd om over West-Europa uit te bouwen, maar noordelijk een
westcirculatie in stand blijft – en daarmee een wisselvalliger weertype op enige nabijheid.
Quote selectie