Op de website van Trouw kwam ik een duidelijke video tegen waarin aan de hand van animaties wordt uitgelegd hoe ijstijden ontstaan en ook waarom "icecore studies" laten zien dat de CO2 concentratie na een ijstijd in het verleden achterloopt op temperatuurstijgingen. De maker laat zien dat het oorspronkelijke wetenschappelijke artikel juist het verband tussen temperatuurstijgingen en de CO2 concentratie benadrukt en dus niet ontkent. De video is overigens van de hand van iemand die zich opstelt tegen "klimaatopwarmontkenners" en heeft een beetje last van een bepaalde attitude, dus u bent, voor zover van toepassing, gewaarschuwd. De video is in het Engels en niet ondertiteld.
Paul
Leuk filmpje.
Het misverstand, dat het achterlopen van CO2 op de glaciale temperatuurcurve een bewijs zou zijn voor de onjuistheid van de AGW-theorie circuleert nog steeds, zoals bv op de site klimaatgek.nl.
De beste verklaring voor e.e.a. wordt hier duidelijk gegeven.
Ik vergelijk het graag met de rol van een sneeuwdek in de afkoeling.
Sneeuw valt pas als het in de herfst voldoende is afgekoeld. Dat sneeuw volgt op de afkoeling, is dat een bewijs dat sneeuw geen invloed op de afkoeling heeft? Nee, we weten allemaal dat een sneeuwdek een grotere afkoeling geeft dan een situatie zonder sneeuw. (Kan wel 10 graden schelen).
Dus: oorzaak (forcing) van de afkoeling in de herfst: afnemende zonnestraling. Rol van de sneeuw: positieve feedback, oftewel versterking van de afkoeling.
Is het februari, kan het dan nog sterk afkoelen? Jazeker, in het bijzonder als er een flink pak sneeuw valt, ook al is de afneming van de zonnestraling voorbij. Sneeuw kan een krachtige factor zijn in de warmtebalans voor de bodem en de onderste luchtlaag. De meest voor de hand liggende datum in dit verband hoef ik, denk ik, niet te noemen.
Wat betreft de ijstijden: Arrhenius (1896) was bij zijn CO2-berekeningen vooral geïnteresseerd in de ijstijden. Hij wilde nagaan of de temperatuurveranderingen verklaard konden worden uit de veranderingen van de CO2-concentratie. En passant berekende hij ook nog wat een verdubbeling van de CO2-concentratie tot gevolg zou hebben. Zijn schatting ligt niet zo ver van wat ons nu door de klimatologie wordt voorgeschoteld.
Zijn methode scheen ondeugdelijk. Vele decennia werd de kwestie dan ook als afgehandeld beschouwd. Tot omstreeks 1940, toen een eenling tegen de stroom begon op te roeien en een begin maakte met betere modellen voor de berekening.
Arrhenius beschouwde de opwarming als een theoretisch probleem. Hij dacht dat het nog duizenden jaren zou duren voordat de CO2-concentratie verdubbeld zou zijn. Op dat punt zat hij er dus helemaal naast, zoals we weten.
groet,
Cees
Quote selectie