En de zonnevlekken van de laatste jaren hebben een minder sterk magnetisch veld.
Het is niet voor het eerst dat de zon indut. In 1645 gebeurde hetzelfde. Zeventig jaar lang was er geen zonnevlek op de zon waar te nemen. En dat had ook gevolgen op aarde: het werd kouder en de periode ging de boeken in als ‘de Kleine IJstijd’.
Bovenstaande conflicteert met het artikel van het KNMI over de Kleine IJstijd...
" Na de eerste aanloop rond 1430 bereikte de befaamde Kleine IJstijd zijn dieptepunt kort vóór 1600 (midden in de Tachtigjarige Oorlog) en niet in de Gouden eeuw, zoals vaak ten onrechte wordt beweerd. De gemiddelde jaartemperatuur in het laatste kwart van de 16e eeuw is waarschijnlijk de laagste in de afgelopen duizend jaar. Ook het eerste kwart van de 17e eeuw was nog koud, maar daarna trad een duidelijk herstel op; het grootste deel van de Gouden Eeuw was zelfs relatief mild.
Dat is een van de vele onthullingen in het nieuwe deel van de unieke serie weerboeken van Jan Buisman, dat nu is verschenen. Buisman laat de betrekkelijkheid van het begrip Kleine IJstijd zien: de 17e eeuw was zeker geen aaneengesloten periode van koud weer: vooral het tweede kwart van die eeuw was duidelijk milder met zelfs het warme zomerduo 1636 en 1637 en vroege en rijke wijnoogsten. "
Bron: KNMI (zie link)
Quote selectie