Voor prognoses van de ontwikkeling van het klimaat in de komende 90 jaar, wordt gebruikt gemaakt van klimaatmodellen. Deze modellen geven een indicatie hoe het 'systeem Aarde' reageert op bepaalde invloeden, zoals veranderingen in de chemische samenstelling van de atmosfeer of een wisselende kracht van de zon.
De modellen zijn bijzonder complex en uitgebreid. Tegenwoordig simuleren ze zowel de atmosfeer als de oceanen, maar ook de wisselwerking tussen beiden. Veel modellen hebben ook een aparte module die de koolstofcyclus expliciet beschrijft. De modellen worden uitgebreid gebruikt in de samenvattende rapporten van het VN-klimaatpanel (IPCC). Daardoor bestaat er grote publieke belangstelling voor deze modellen. Voor velen blijven het 'zwarte dozen'.
Daardoor bestaan er ook veel misverstanden over de modellen. Het gaat daarbij zowel om hoe zij functioneren als de kwaliteit ervan. Zo wordt er nog geregeld gesteld dat deze modellen 'niet deugen'. Dat is een zeer vage bewering en vaak blijft het daarbij. Degenen die wel meer in detail treden, voeren meestal aan dat de mondiale temperatuur in het verleden niet goed kan worden gereproduceerd. Wie de moeite neemt om de waarnemingen naast de modelberekeningen te leggen, komt echter tot een andere conclusie.
Hieronder een grafiek, die een vergelijking/verificatie toont tussen de modellen gebruikt voor IPCC AR4 (vierde rapport, 2007) en waarnemingen van de MetOffice. Er is gekeken op decennium-niveau. Dit soort verwachtingen zullen in het vijfde IPCC rapport, dat uitkomt in 2013, een prominente plaats krijgen. In deze vergelijking zijn 54 modelsimulaties verwerkt van 23 verschillende modellen, met de gebruikelijke hindcast (simulatie van verleden) van de 20ste eeuw en berekeningen tot 2100 volgens emissiescenario SRES-A1B.
Samenvattend: de modellen hebben zeer behoorlijk gescoord voor 1970-1971 en de decennia erna. Daarvoor is het matig tot bijna slecht, maar de waarnemingen vielen nog (nipt) binnen de 95% marges. Met de recente bijstelling, naar boven, van de zeewatertemperaturen in de jaren '30 en '40 (lees
hier en
hier, is de discrepantie tussen modellen en waarnemingen groter geworden. Velen hadden juist een bijstelling in positieve zin voor de modellen verwacht, waaronder ikzelf.
De grootste afwijking tussen de middellijn van de modellen en de waarneming was 0,18°C te laag over 1940-1949. De kleinste afwijking was afgerond 0,00°C voor 1970-1979 en 1980-1989. De temperatuurafwijking over het laatste decennium, 2000-2009, is overschat met ca. 0,06°C. De foutmarge voor dit decennium lag echter tussen +0,20°C en +0,59°C boven de basislijn van 1971-2000. Waargenomen is 0,33°C.
Meer informatie op het verdiepingsforum.
Gr. Ben
Quote selectie