Een winterverwachting staat vandaag weer in de belangstelling. Uiteraard wordt het koud en er komt zelfs 'extreem winterweer'. Het zal nooit eens zacht, grijs en regenachtig zijn.
Er passeren in een handvol artikelen en een tv-reportage hierover, een aantal zaken de revù: de langetermijnweerkaarten van een weerbedrijf, die wijzen op een koude winter. Er wordt een Britse langetermijnvoorspeller aangehaald. De zon zou de oorzaak zijn. Het is een bont samenraapsel van 'bronnen' en 'feiten'. Ik wil graag een aantal dingen rechtzetten en voorzien van commentaar.
Allereerst: ja, berekeningen van seizoensmodellen die worden gedraaid door wetenschappelijke instituten (zoals het Europese ECMWF), wijzen op een winterseizoen met een gemiddelde temperatuur onder normaal. Dat is de enige aanwijzing die er bestaat. Volgens de klimatologische norm is er pas sprake van een koude winter, als de gemiddelde temperatuur minstens 0,5 graad onder normaal ligt. Eerdergenoemde instituten geven ook een kansberekening dat dit optreedt. De berekende kans is minder dan 30%: klein dus. Maar daarbij wordt verondersteld dat de modellen ook waarde hebben: dat hebben zij niet, of nauwelijks. Om te weten of een model ook waardevol is, moet de uitkomst van verwachtingen over vele jaren worden bekeken. De gerenomeerde seizoensmodellen scoorden voor West-Europa nauwelijks beter dan het opgooien van een dobbelsteen. In andere delen van de wereld worden wel bruikbare scores gehaald.
Dan de genoemde Britse langetermijnvoorspeller James Madden. Hij produceert elk jaar een winterverwachting, die bijna altijd wel rept over extreme weersomstandigheden. Volgens zijn verwachtingen hadden we al vijf extreme winters op rij moeten hebben gehad. De realiteit is anders: ja, de afgelopen twee winters waren kouder dan de winters ervoor. Maar dat zegt vooral iets over het zeer zachte karakter van de meeste winters in de eerste jaren van deze eeuw. Verder is het élke winter wel ergens een nacht flink koud en altijd is ergens wel een dagje sprake van zware sneeuwval. Dergelijke lokale condities zijn heel normaal, ze komen vaak zelfs in de zachtste winters nog voor. Ze zijn geenszins representatief voor een heel land, of een heel winterseizoen.
In de derde alinea wordt gesproken over 'een koude winter, die past in het weerbeeld van de afgelopen jaren'. Welk weerbeeld, is mijn vraag? In de afgelopen tien jaar leverden zeven winters minder kou op dan normaal. De winters van 2002-2003, 2009-2010 en 2010-2011 gaven een normale hoeveelheid kou, niet boven normaal. In klimatologisch opzicht waren de afgelopen winters ver van extreem, wat kou betreft. Verder wordt genoemd dat 'studies aangeven aan dat een afnemende activiteit van de zon hiermee in verband staat'. EenVandaag maakt het nog bonter: 'er wordt gesproken van een kleine ijstijd', zeggen zij.
Mijn vraag: door wie, dan? De wetenschappers die het ontstaan van koude winters bestuderen, hebben dergelijke uitspraken niet gedaan. In hun studies wordt inderdaad gezocht naar een relatie met zonneactiviteit, die er lijkt te bestaan. Maar de relatie is veel ingewikkelder dan simpelweg 'een zwakkere zon leidt tot een koudere winter'. De zon heeft invloed op de stromingspatronen, die bij een zwakkere zon sneller zouden kunnen leiden tot een koude winter. Maar echte zekerheid in de vorm van een aantoonbaar hogere kans, is er niet. Het gevonden verband is verder nog niet met afdoende zekerheid vastgesteld, daarvoor is eerst meer onderzoek nodig.
De zon is inderdaad de laatste drie jaar een stuk minder actief dan de decennia ervoor. Astronomen durven echter geen enkele verwachting uit te spreken of dat ook zo blijft. Om die reden heeft anticiperen op koudere winters vanwege een zwakkere zon, als die de komende jaren al zwak blijft, wat geenszins vast staat, geen enkele rationele basis en is onzinnig.
Het is begrijpelijk dat het groeiende verlangen naar sneeuw en ijs, ook de vraag naar een winterverwachting opwekt. Sommige weerbedrijven gaan hierin mee, zij proberen er handig op in te spelen. Mijn constatering is echter dat seizoensverwachtingen voor West-Europa, waaronder ook Nederland, nog altijd geen aantoonbare waarde hebben. Het zou hen sieren om terughoudend om te gaan met de uitkomsten van experimentele modellen en onderzoeksresultaten die de wetenschap met enige regelmaat naar buiten brengt. Voor het bedrijfsleven kunnen de eerste resultaten al enige waarde hebben, maar voor de consument zijn zij (op welke manier dan ook gepresenteerd) ronduit waardeloos. De enige seizoensverwachting die bij ons wél echt waarde heeft, is: ,,het kan vriezen en dooien''.
Gr. Ben
Quote selectie