Als ik dit vergelijk met een aantal andere onderzoeken gebaseerd op statistisch vergelijking, haal ik volgende waarschijnlijkheden eruit:
1) LA NINA brengt een zeer grote kans op sterk aleoetenhoog en bijhorende trog voor groot deel van Canada en VS.
2) sterke stratosferische vortex in de eerste helft van de winter
3) zuidelijke relatief sterke straalstroom op de Atlantische oceaan (= weinig kans op oceaanblokkades, grotere kans op diepe zuidwestelijke stroming of hoekvormige westcirculatie)
4) grotere kans op Scandihogen
5) grotere kans op trog boven Midden-Europa in tweede helft winter
Wat levert dit op voor W-Europa? Omdat scandihogen in 9 op 10 gevallen kortlevend zijn (na drie dagen zijn ze meestal al verdwenen), is het heel moeilijk om de impact ervan op het weer in de Benelux in te schatten. Een iets te oostelijke positie houdt West-Europa in een zuidwestelijke stroming. Ik verwacht tijdens de scandiblokkades bij momenten een sterk temperatuurcontrast tussen het zachte natte zuiden van Europa en het drogere koude Noord-Europa.
Met een sterke stratosferische vortex die zich naar alle waarschijnlijk boven Canada zal positioneren, zijn Groenlandblokkades en retrograde ontwikkelingen in de eerste helft van de winter onwaarschijnlijk. Scandihogen zullen dus wegzakken. Na afbraak van een Scandihoog komen we dan meestal ook weer onder invloed van de straalstroom (wind draaiend van oost naar zuidoost naar zuid naar zuidwest, wat dan weer twee tot drie weken zeer zacht weer kan opleveren voor de volgende meridionale impuls zich aandient.
Ik verwacht dus geen lang aanhoudende kou impuls in het eerste deel van de winter, maar mogelijk wel 1 of 2 korte periodes van een dag of 5 met vrij droog en vrij koud winterweer. Niets speciaals (tenzij een scandi zich transformeert in een taai eurohoog; in het verleden heeft dit meerdere keren tot prachtige ijsvloeren geleid).
In de tweede helft van de winter zou een stratosferische opwarming (of decentralisatie)voor meer permanente hogedruk tussen 60 en 90 NB kunnen zorgen met ook vorming van de trog boven Midden-europa. Dit zou dan tot een langere koudeperiode met grotere sneeuwkansen kunnen leiden.
In een gemiddelde winter zijn er 7 dagen met scandihoog. De meeste topwinters scoren tussen 15 en 25 dagen met scandihoog. Meer dan de helft van de winters haalt maximaal 3 dagen met een scandihoog. Gelet op wat ik aan vergelijkend onderzoek heb gezien (heel interessant was het onderzoek van twee mensen postend op wetterzentrale, met name KH Braun en Mike Rosin) verwacht ik tussen 10 en 25 dagen met een scandihoog en met name eindelijk nog eens een echte koudegolf in januari. Ik kan me ook moeilijk voorstellen dat de AO van oktober tot einde februari positief blijft. Dat is in een periode zonder krachtige vulkaanuitbarstingen, en in een tussenfase tussen zonnevlekkenminimum en maximum onwaarschijnlijk. Anderzijds lijkt een winter zoals 2006 of 1996 met quasi permanente blokkades boven Europa ook onwaarschijnlijk. Er is zeker ruimte voor een aantal weken natte westcirculatie. Die dient zich nu (28 november) aan voor de eerste helft van december.
Overigens zijn er wel weinig indicaties voor reuzegrote Ijslanddepressies (de monsters uit de jaren 90). Op dat vlak lijkt komende winter sterk op de voorbije winters.
Gelet op het voorgaande, tip ik op een iets te koude december (rond 3°C), een erg koude zonnige januari (-2°C) en een iets te koude maar wel sneeuwrijke februari (rond 1°C). Cijfers zijn voor Ukkel. Zeker tweede deel winter zou in De Bilt kouder uitvallen.
In de VS staat waarschijnlijk een (zeer) koude winter in de steigers.
Overigens wil ik jullie volgende vergelijking gepubliceerd op wetterzentrale niet onthouden:
Daaruit blijkt dat de huidige september-, oktoberaanloop sterke gelijkenissen vertoont met de aanloop voorafgaand aan de koudste winters van de 20ste eeuw.
Dit laatste element heeft me ertoe aangezet mijn temperatuurprognoses voor december en januari naar beneden te schroeven. Temperatuurprognoses zijn voor een klein gebied altijd moeilijk. 2006 was een hele koude winter voor de meeste landen ten oosten van de Benelux. Bij ons had die winter weinig speciaals te bieden.
Maar de grote lijnen zijn:
- wisselvallig eerste derde/eerste helft winter
- meer dan gemiddeld aantal dagen met scandihoog
- koude tot zeer koude tweede helft: laatste twee derden van de winter
mvg,
Dieter
Quote selectie