Voor de mensen die op mijn vorige topic hebben geantwoord: Waarom komt het meestal in november met temperaturen van 4-6 graden (vlakbij de kust) wel vaak tot hagel- en sneeuwbuien met een noordwestenwind die indirect van hoge noordelijke breedten komt, en wordt hier nu gesuggereerd dat dit onmogelijk is?
Ik heb zelf vaak genoeg meegemaakt dat we in november winterse buien hadden die aangevoerd werden door een noord(west)elijke stroming. Ik woonde vlak aan de kust en het was vrij normaal in november. Niet zo normaal als mist misschien, maar het kwam toch dikwijls voor.
Gezien de kaarten van het GFS voor over niet al te lange termijn zou dit toch best mogelijk kunnen zijn?
Er zijn al een paar opmerkingen gepasseerd. Ja, met name de luchtlagen hogerop doen er toe.
Met -27 in het 500 hPa-vlak (zo'n 5 1/2 km hoog) kan het wel tot buitjes komen, maar in deze tijd van het jaar zeker niet tot sneeuw bij aanvoer over zee.
Een paar zaken op een rij:
1. De zeewatertemperatuur: die is vrij hoog in deze tijd van het jaar en dan speelt punt 2 des te zwaarder. Het warme zeewater kan de temperatuur aan de grond te ver doen oplopen. Dat gaat echter maar moeizaam als de bovenlucht koud is. Een luchtlaag van 2 km dik of van 5 km dik is niet zo snel opgewarmd. Opgewarmde lucht stijgt op als het boven maar koud genoeg is.
2.
a. De luchtlaag direct boven de grenslaag, tot 1500 meter. Is het op 1500 meter niet koud genoeg dan kan je sneeuw helemaal vergeten. Er zijn andere parameters voor, maar kijk even naar de temperatuur op het 850-hPa-vlak (ongeveer 1500 meter); onder de -5 lijkt wel noodzaak.
b. Van belang voor het doorgroeien van de buien is de temperatuur in nog hogere lagen van belang. Kijk naar het 500 hPa-vlak. Bij wind van zee zijn sneeuwbuien bij -27 op die hoogte uitgesloten. Dieter heeft al gemeld wat nodig is: beneden -35 begint het spel met echte sneeuwval.
Bij aanvoer over zee zal de lucht beneden aanwarmen door het zeewater; is de temperatuur daar een graad of 5, dan zijn sneeuwbuien mogelijk als de bovenlucht maar goed koud is. Hoe lager die temperatuur, hoe onstabieler de atmosfeer. Die onstabiliteit doet de buien tot relatief grote hoogte doorgroeien. Bovenin de buien kan het dan heel koud worden waardoor sneeuwval van belang mogelijk wordt. Bovendien worden de buien intensiever als ze tot grote hoogte doorgroeien.
Tussen haakjes: ben je bekend met het vertikale evenwicht in de atmosfeer? Wanneer is de luchtlaag stabiel en wanneer onstabiel? Wat doet lucht die opstijgt/daalt met en zonder condensatie/verdamping, etc.?
Kortom: windrichting en temperatuur aan de grond zeggen te weinig om te kunnen vergelijken. Het draait om de combinatie van temperatuur aan de grond en de temperatuur in de hogere luchtlagen.
Bij +6 en -27 op 500 hPa: regenbuien, misschien met hagel.
Bij +6 en -35 op 500 hPa: hagel- en natte sneeuwbuien
Bij +4 en -38 op 500 hPa: hagel en sneeuwbuien waarbij, als de buien fors zijn, de temperatuur aan de grond tot 0 kan dalen.
Overigens ben ik het niet met je eens dat dit vaak gebeurt in november. (Waar aan de kust bedoel jij?; ik spreek over ZW-Nederland). Buien met hagel en een paar natte flatsen, ja. Echte sneeuwbuien komen weinig voor in november. Er gaan trouwens jaren voorbij zonder die buien in de hele winter.
Groet,
Cees
Quote selectie