1) samenspel QBO en zonneactiviteit: QBO oost in combinatie met lage zonneactiviteit en QBO west in combinatie met hoge zonneactiviteit stimuleren stratosferische warmings. De tegengestelde relaties (QBO oost met hoge zonneactiviteit en QBO west met lage zonneactiviteit) leiden tot een koude stratosfeer.
2) Versterkt broeikaseffect. Omdat meer warmte in de troposfeer blijft hangen, koelt de stratosfeer sterker af. (dit fenomeen leidt ertoe dat in de lente als de zon weer gaat schijnen door chemische werking van de zon in die zeer koude lucht de ozon wordt afgebroken)
3) Interactie of beter gezegd gebrek aan interactie met troposfeer. Een verstoorde circulatie in de troposfeer kan van onderuit de stratosfeer opwarmen. Is de troposferische stroming sterk zonaal zal de stratosfeer niet gauw opwarmen.
De stratosfeer boven de poolkappen koelt in het winterjaar altijd fors af. Dat is normaal. Dit veroorzaakt een groot lagedrukgebied in die stratosfeer, die rondjes draait, waardoor de wisselwerking met de warmere breedtes wegvalt en de afkoeling nog versterkt wordt. Dit is de reden waarom een koude stratosfeer normaal gezien niet snel opwarmt.
Aan de vooravond van koude winters in Europa is de stratosfeer meestal veel warmer dan normaal.
mvg,
Dieter
Quote selectie