Hier toevallig een Duits stukje, maar ik heb op het werk al diverse voorvallen gehoord, dat toestellen eerder moesten landen op weg naar "de overkant", i.v.m. de sterke straalstroom waar zij tegenop moesten roeien.
Je moet je voorstellen dat iedere vlucht 3 "alternates" heeft op zijn route, waar hij kan uitwijken i.v.m. operationele problemen.
Dat kan zijn: Technische, brandstof problemen , of meteorologische problemen zoals hier.
Op iedere vlucht wordt a.d.h. van het verwachte weer een route gemaakt naar de overkant waarin ook een PNR in zit: Point of No Return.
Vaak zie je op de neuswielkasten staan: ETOPS180.
Dit wil zeggen dat dit toestel gecertificeerd is om op 1 motor 180 minuten uit te kunnen wijken naar een veilige luchthaven dan eigenlijk zijn bestemming is, een alternate genoemd.
Door het hogere branstofverbruik dankzij de straalstroom de afgelopen weken, zal het PNR verder van de kust liggen, waardoor de toestellen een kortere route moeten afleggen, waardoor de alternate nog steeds bereikbaar is.
Als oplossing wordt dan vaak gekozen om dichter tegen Newfoundland te gaan vliegen i.p.v. een route die zuidelijker ligt bij normale operationele omstandigheden.
Hierdoor zal het toestel eerder moeten landen als het tóch voor een zuidelijke, oorspronkelijke route had gekozen.
Mocht de tankinhoud dit niet toelaten zoals bij een B757 ( Continental Airlines heeft dit afgelopen weken diverse keren gedaan) dan moet er een tussenlanding gemaakt worden om bij te tanken om de rest van de route af te kunnen leggen.
Nog een verhaal hierover:
http://www.airliners.de/magazin/meinung/spaethfolge/bis-zum-letzten-tropfen/26159
Quote selectie