De soep wordt zelden zo heet gegeten als opgediend.En om nog maar ff een open deur in te trappen,"in zachte winter zijn de meeste koude oplossingen ook zacht".Nu wordt ons wat meer koude voorgespiegeld,dus gaat het bij kouder blijven en hebben we ons veel te rijk gerekend aan de vooravond.Hoop het niet maar ben bang van wel
Hoe dikwijls moet hier nog gezegd worden dat stellingen als "in zachte winter zijn de meeste koude oplossingen ook zacht" gewoon onzin zijn van het zuiverste water?
Het is bovendien een joekel van een tautologie of een kringredenering. Wanneer is een winter immers als "zacht" te omschrijven zodanig dat de stelling opgaat dat op een bepaald moment verdere oplossingen ook "te zacht" zullen uitpakken? Of anders gezegd: deze stelling miskent eigenlijk winters met twee gezichten (een eerste helft zacht en een tweede helft juist erg koud) en daarvan zijn er meer dan genoeg voorbeelden en heus niet alleen 1956.
Iedere Grote Winter waarvan de eerste 4 weken bv. zacht verliepen (of nog langer, zoals bv. die van 1956 die de eerste 8 weken werkelijk superzacht was) maar die nadien loeiend hard uitpakte, valt ook buiten deze onzinnige stelling, waardoor de waarde ervan compleet nihil wordt. Straks ga je nog vertellen dat als de eerste 14 dagen van december in een bepaalde winter zacht verlopen, alle verdere oplossingen van de rest van die winter ook de neiging naar zacht zullen hebben. Ach wat een quatsch toch zeg!
Quote selectie