Afhankelijk van de stabilteit van de grenslaag kunnen winden nabij het aardoppervlak significant afwijken van wat je zou verwachten bij een bepaalde drukverdeling.
Hetgeen Jaap hier aanhaalt (gekrompen winden boven het koude land) is weldegelijk het gevolg van een koude plaklaag.
Wanneer zachtere lucht op hoogte al doorkomt creëer je dus een grenslaag die uiterst stabiel van opbouw is (stijgende temperaturen met hoogte). Dit zien we vaak terug in de vorm van 'dooimist' (het vocht vrijgekomen door de dooi kan immers geen kant op) en de vorming van uitegebreide velden lage St bewolking. Normaal gesproken zal de wind aan de grond door wrijving altijd ietwat gekrompen zijn tov de isobaren (het zogenaamde transport van lucht óver isobaren). Maar in uiterst stabiele grenslagen kunnen winden gemakkelijk méér dan 30 graden gekrompen zijn tov de isobaren. Het kan dus zo zijn dat boven zee een WNW-er staat en boven land een ZZW-er. Dit is wat zondag speelde. De kou bleef dan ook lang aanwezig boven land. Veel langer dan menig model berekend had!
Dat een koude plaklaag met gemak wordt opgeruimd wanneer een dooiaanval wordt geregisseerd door diepe lagedrukgebieden en er veel 'druk' op de binnendringende maritieme lucht zit ben ik overigens wel met je eens.
Quote selectie