Voor mooie shelfclouds en rolwolken moet de onderste kilometer stabiel van opbouw zijn en vochting. Daarboven uiteraard (zeer) onstabiel. Bij shelfs bij voorkeur potentiƫel onstabiel.
In een stabiele atmosfeer heeft de lucht een gelaagde structuur (zie bijvoorbeeld bij mistbanken). Bij optilling van die lucht vindt condensatie plaats, het eerst in de relatief vochtigste lucht. Er onstaan wolkenbanken met een gladde, gepolijsde structuur. In een betrekkelijke dunne luchtlaag kunnen nog grote vochtigheidsvariaties voorkomen waardoor meerdere banken kunnen onstaan. Dit was op 17 juli o.a. in Twente heel mooi te zien.
Bij onstabiele lucht is de vochtverdeling wat rommeliger met geringere variatie. Bij, door optilling geforceerde condensatie onstaat een bulterigere wolk (cumuliform) die tevens sneller met de cumulonimbus samengroeit. Door de onstabiliteit borrelt het front ook sneller omhoog.
Bij optilling van stabiele lucht wordt deze in zijn geheel ook kouder (adiabatische afkoeling). De opgestegen lucht komt gekoeld op grotere hoogte waar het eerst warmer was (is immers stabiel). De 'stuwwal' wordt zodoende wat zwaarder, waardoor het buienfrontvlak minder steil loopt.
Het is wel zaak dat de afkoeling in/achter de bui groot is. De valwinden (downdrafts) moeten het gewicht van de shelfcloudlucht wel kunnen dragen en voortstuwen. De zuigkracht onder de cb helpt daarbij mee.
Kortom: Koude valwinden breiden zich over het aardoppervlak uit naar voren en duwen een stabiele en vochtige luchtlaag omhoog. Die koelt af en condenseert met als gevolg shelfclouds en rolwolken.
Ik hoop dat je het een beetje kunt vatten op deze manier.
Groeten Victor
Quote selectie