Even kort momenteel (ik ga er later nog wel eens uitgebreider over schrijven).
Een virus kan prima tegen kou in de buitenlucht, is namelijk omgeven door een beschermend laagje. Bij lage luchtvochtigheid zijn de druppeltjes waarin het virus zit klein, zodat ze lang in de lucht kunnen blijven. Bij hoge luchtvochtigheid groeien de druppeltjes, worden zwaarder en vallen sneller naar beneden.
Dus als het gaat om virussen in druppeltjes die door hoest of niezen verspreid worden: koud en droog weer begunstigt verspreiding. Virussen in zeer kleine druppeltjes kunnen het dan tot enkele dagen en kilometers in de buitenlucht volhouden.
Verder: drogere keel en met name neus (door lage vochtigheid) zijn gevoeliger voor virussen.
Wat betreft de ontvanger van een virus speelt natuurlijk zijn weerstand een grote rol. Deze is meestal 's winters minder door minder vitamines en weinig lichaamsbeweging.
En dan is er natuurlijk nog de gemiddelde afstand tussen mensen: die is 's winters meestal minder, door veel binnen te zijn.
Quote selectie