VERBAND TUSSEN HARDNEKKIGE WEERPATRONEN EN AFNAME VAN HET ZEE-IJS
De opwarming van het Noordpoolgebied (the Arctic) verliep gedurende de afgelopen decennia twee keer zo snel als elders op het Noordelijk Halfrond. Daardoor is de hoeveelheid zee-ijs tijdens het zomersmeltseizoen met 40 procent afgenomen en smelt het sneeuwdek in het voorjaar in de omringende landen veel eerder. Het is aannemelijk dat deze grote veranderingen in het klimaatsysteem invloed hebben op weerpatronen ver buiten de grenzen van het poolgebied. Onderzoekers zijn bezig om die processen te begrijpen en in kaart te brengen.
Uit recent onderzoek van Jennifer Francis van de Rutgers University en Steve Vavrus van de University van Wisconsin komt naar voren dat opwarming van ‘the Arctic’ tot persistentie van bepaalde weerpatronen op de gematigde breedten zou kunnen leiden. Fenomenen zoals hittegolven maar ook koudegolven, langdurige droogtes, overstromingen en zware sneeuwval zullen frequenter op het weermenu komen te staan. Feitelijk is dat proces al enige tijd gaande.
Door de opwarming in de poolgebieden worden de temperatuurverschillen met de gematigde breedten kleiner met als gevolg dat de straalstroom ‘waves’ breder worden en de sterkte van de van west naar oost waaiende hoogtewinden afneemt. De progressie van weersystemen zoals hoge- en lagedrukgebieden wordt zodoende afgeremd met als gevolg dat onder meer hittegolven langer kunnen voortbestaan.
http://janvissersweer.nl/buitenlandweer.php
Volgens mij verwijst Jan naar dit artikel.
http://www.agu.org/pubs/crossref/2012/2012GL051000.shtml
Arctic amplification (AA) – the observed enhanced warming in high northern latitudes relative to the northern hemisphere – is evident in lower-tropospheric temperatures and in 1000-to-500 hPa thicknesses. Daily fields of 500 hPa heights from the National Centers for Environmental Prediction Reanalysis are analyzed over N. America and the N. Atlantic to assess changes in north-south (Rossby) wave characteristics associated with AA and the relaxation of poleward thickness gradients. Two effects are identified that each contribute to a slower eastward progression of Rossby waves in the upper-level flow: 1) weakened zonal winds, and 2) increased wave amplitude. These effects are particularly evident in autumn and winter consistent with sea-ice loss, but are also apparent in summer, possibly related to earlier snow melt on high-latitude land. Slower progression of upper-level waves would cause associated weather patterns in mid-latitudes to be more persistent, which may lead to an increased probability of extreme weather events that result from prolonged conditions, such as drought, flooding, cold spells, and heat waves.
Quote selectie