Hier stel je een paar vragen. Antwoord is dat bomen en planten een migratie naar het noorden niet kunnen bijbenen op basis van de temperatuurstijging alleen. Vandaar dat men (een aantal ecologen) voorstelt zuidelijke soorten naar hier te brengen.
Echter: het wordt ook natter. Dat zint die zuidelijke soorten in de regel wat minder. In mijn ogen neigen we meer naar een atlantisch regenklimaat, als de vernatting die al een tijd aan de gang is (in de zin van veel meer neerslag) zo blijft doorzetten.
Ook is het lastig welke bomen dan toch overleven. IK weet dat de zilverspar een jaargemiddelde van 13 C aankan bij voldoende neerslag. Fijnspar groeide hier vroeger ook, miljoenen jaren geleden in een beduidend warmer en vochtig klimaat. Die soort is nu boreaal met Nederland als marginaal gebied, maar ik zie in Zeeland jonge fijnsparren in bossen gewoon groot worden....met dat verleden in het achterhoofd bekruipt me de twijfel dus wat nu echt belangrijk is.
Dan zijn er natuurlijk inmiddels ook Douglas, tsuga's etc die ook kicken op regen (Douglas kan vrij goed tegen droogte). Tsuga's doen het in NL zeer goed een vermeerderen zich plaatselijk extreem goed. Zilverspar idem. En die beide soorten komen in een vochtig mild klimaat tot aan San Francisco voor en in Europa tot in Normandie (Zilverspar).
Dus het is allemaal niet zo eenduidig.
Tel daarbij op dat bij het verdwijnen van het poolijs wij denkelijk koudere winters gaan krijgen en het wordt nog lastiger. Dan krijgen we een warmer, continentaler (koudere winters en warmere zomers) en natter klimaat....Is dat dan in het voordeel van beuken, eiken, sparren, robinia, dennen, lindes, esdoorns, wilgen etcetc? Wie zal het zeggen.
Mijn idee is dan ook zoveel mogelijk soorten in te brengen en dan kijken welke soort zich het beste aanpast. Anderzijds hoeft dat ook weer niet, want er zijn denk ik al genoeg soorten voor hetzij warmte, hetzij vocht, hetzij kou of een combi ervan. Interessante tijden!
Quote selectie